Monday, February 21, 2011

Witte Woede in Gent


Vanmiddag voerden een 400tal werknemers uit de Non-profit actie tegen het personeelstekort in de sector. De vakbonden spreken van een personeelstekort van 17 procent in de zorgsector. Het verzet tegen dit aanhoudend personeelstekort startte dit jaar in januari vanuit de werknemers van de broeders van liefde, met maandelijkse stakingen. Het is in dat kader dat ook vandaag de betoging in Gent plaats vond. We spraken met Annie Bessems, delegee van het ACV in Blijberg

Rond wat wordt er vandaag actie gevoerd?Deze actie is gericht tegen het tekort aan personeel in onze sector. Er is al jaren een personeelsstop van toepassing, waardoor er geen extra collega's bijkomen. De Minister voorziet slechts in ongeveer 80 procent van het benodigde personeel, daardoor is de toenemende werkdruk ondraaglijk geworden.
Aan het einde van de betoging, op de kouter hebben we 2200 lege stoelen geplaatst, die symboliseren het tekort aan personeel. De minister heeft 500 nieuwe plaatsen beloofd, vooral voor de instellingen waar het personeelstekort het dramatischte is, oa in de gehandycaptesector. Die beloofde plaatsen werden op de kouter gesymboliseerd door 500 rode stoelen. Dat is zelfs als die nieuwe jobs er echt komen, uiteraard veel minder dan wij vroegen. Ik kijk dan ook met gemengde gevoelens naar dit akkoord.

Er nog andere acties gepland?
Ja, ook al omdat er niet alleen actie gevoerd wordt rond het personeelstekort, maar ook rond de 13e maand en de te lage lonen in de sector. Het beleid van de Vlaamse regering heeft in de afgelope periode onze koopkracht sterk aangetast. De belangrijkste actie die nu gepland is, is de non-profit-betoging van 29 maart in Brussel.

Foto's
http://www.facebook.com/album.php?aid=271472&id=563911913&l=a43e4e4743

Friday, February 11, 2011

Interview staking bij BPost

Staking bij bpost. Interview met Roos Balbaert, ACOD-delegee in Brugge

Op het piket bij bpost in Brugge spraken we met Roos Balbaert, ACOD-delegee en bij de vorige verkiezingen kandidaat voor LSP. We hadden het over de redenen voor de staking en perspectieven voor verdere strijd.

Waarom wordt er vandaag gestaakt?

“De hoofdreden van de staking is het aangekondigde strategisch plan van bpost die De Post moet voorbereiden op de volledige privatisering. Zo wil men met dit plan de pakjesdienst apart organiseren in Brussel, zodat dit los van bpost verkocht kan worden. De verdeelcentra worden ook gecentraliseerd, waarbij heel wat arbeidsplaatsen zouden verloren gaan.

“Het strategisch plan 2020 zou geen naakte ontslagen veroorzaken, niettemin verdwijnen er wel tot 6000 arbeidsplaatsen. Als dit al zou lukken met 'natuurlijke' afvloeiingen, dan blijft dit nog steeds een enorme aanval op het personeel. Zo zouden duizenden personeelsleden verplicht moeten verhuizen, aangezien de arbeidsplaatsen verplaatst worden - van Brugge naar Gent bijvoorbeeld. Maar ook voor de jeugd worden geen degelijke arbeidsplaatsen bij gecreëerd, mensen die op pensioen gaan worden niet vervangen, nieuwe postmannen en vrouwen komen terecht in precaire contracten - zoals dat van 'hulppostman' - en hebben geen recht meer op een vast statuut.”

Wordt de staking goed opgevolgd?

“Voor wat we gewoon zijn in Brugge ben ik content. Er zijn maximaal een 10 tot 15 personeelsleden komen opdagen van de 100 - zeker de helft waren jonge contractuelen die schrik hadden voor hun job. Toch moet gezegd worden dat verschillende jongeren wel meestaakten, ondanks hun onzeker statuut. De 'werkwilligen' zijn deze morgen de kranten gaan rondbrengen die toegeleverd werden via een externe leverancier. Daarbuiten was er niets te verdelen - aangezien alles in Gent geblokkeerd stond sinds gisterenavond.

“Toch stonden we slechts met twee aan de poort deze morgen om pamfletten uit te delen. Van een echt piket was geen sprake. Willen we echt een vuist maken zullen we ons in de toekomst beter moeten organiseren. Het feit dat op een stakingsdag de militanten thuisblijven, geeft een slecht beeld. Dit is munitie voor het antivakbondsstandpunt als zouden we alleen staken om "een dag congé te hebben". Daarom is het nodig om het piket in de toekomst beter voor te bereiden. We hebben ook meer praktische steun ervoor nodig vanuit de vakbond, wat vandaag te weinig gebeurd is - waarschijnlijk omdat men wel wist dat in Brugge genoeg mensen thuis gingen blijven.”

En hoe moet het nu verder?

“In Brugge wordt ook morgen nog gestaakt. Daarna zullen we zien of de directie haar plan aanpast. Anders zullen verdere en hardere acties volgen - gelijklopend met de strijd tegen het IPA overigens.”

Saturday, January 15, 2011

Begrafenis van de Macht?

In Stavele werd ze begraven, tussen het VMO-graf van Verschaeve en de IJzertoren - het lijkt wel een Vlaamse vloek. Op gevaar van zeer kort door de bocht te gaan en van lijkenpikkerij beschuldigd te worden, toch deze korte beschouwing.

Men zou kunnen zeggen dat de aanwezigheid op die begrafenis politiek weinig belang heeft. Aanwezigheid op een begrafenis zou kunnen draaien rond louter persoonlijke condoleanties tussen collega-politici. Dit zou persoonlijk zijn, en níet politiek. Maar het persoonlijke is politiek... Uit de aanwezigheidslijst kwam er immers een opvallend patroon naar boven. Een patroon dat zelfs een licht kan werpen op het mistige politieke landschap van ons land. De meeste prominente politici van dit land, zowel Vlamingen als Walen, waren aanwezig in de Westhoek.

We zouden de topfiguren kunnen karakteriseren als het politieke deel van wat de Amerikaanse socioloog Mills ooit de "Power Elite" noemde. Ze vormen een elitegroep waar macht gepaard gaat met close sociale interactie. In die constante sociale interactie - "vrienden onder elkaar" - worden de ooit bestaande ideologische tegenstellingen overbrugd. Op die wijze vormt de top een hechte groep die de stabiliteit van het bestuur - in het belang van de politieke en economische power elite - waarborgt. België staat bekend om zo'n elitair democratisch model waar breuklijnen in de samenleving - zowel ideologische, religieuze als klassentegenstellingen - worden overbrugd door een kleine groep van topvertegenwoordigers van partijen, drukkingsgroepen en 'sociale partners'.

Wat belangrijker is, is wie niet op de begrafenis aanwezig was en dus om een of andere reden niet tot de Power Elite behoort. Dit waren NVA, OpenVLD en het Vlaams Belang. Opvallend is dat de jonge generatie van OpenVLD blijkbaar niet close genoeg meer is met Vandelanotte om naar de begrafenis van zijn moeder te komen.

Uit de aanwezigheden kunnen we twee zaken afleiden die de huidige regeringsonderhandelingen bemoeilijken. Ten eerste is er in de huidige regeringsonderhandelingen 1 partij aanwezig die niet tot de Power Elite behoort - De NVA. Het zou verklaren waarom zelfs een openlijke terechtwijzing van VOKA, de zelfverklaarde chefs van De Wever, voorlopig nog weinig effect heeft. Ten tweede blijkt ook dat de traditionele Power Elite geen electorale meerderheid meer heeft in Vlaanderen. Het toont aan hoe verdeeld de politieke elite in Vlaanderen is, en waarom het Vlaamse electorale landschap zo verkaveld en onstabiel is geworden.

Daarmee toonde de begrafenis in Stavele ook een stukje van het naderend einde van de power van die elite.

Thursday, January 6, 2011

The point of no discussion

Een socialist komt het wel eens tegen, de discussie met discussiepartners zonder aanknopingspunt tot discussie. In onze Westhoek gebeurt dat misschien nog iets meer dan elders. Dit is een overpeinzing hierover op basis van een recent gesprek.

Veelal komt het gebrek van basis voor discussie met een gesprekspartner vooral voort uit een klassenverschil. De onvermijdelijke politieke discussie met een flamingantische rechtse ondernemer is over het algemeen een maat voor niets.

Wanneer ik toch de moeite neem om te argumenteren heb ik de neiging om tegen mijn gewoonte in, me gewoon "objectief" - onideologisch op te stellen in het weerleggen van de nonsens van de moderne opvolgers van de Vlaamse keuterboeren. Als je er immers op een radicale, logische wijze probeert tegenin te gaan op basis van een redenering, dan heb je gewoon geen enkel aanknopingspunt voor discussie.

Bij dat soort mensen kan je simpelweg niet met socialistische argumenten afkomen, die nochtans tegenover de grote meerderheid van de samenleving wel opgaan. Dat krijg je bijvoorbeeld wanneer je de nadelen van racisme zou uitleggen, en de nadelen dat dit met zich meebrengt op vlak van verdeeldheid op de werkvloer in syndicale conflicten. Dan wordt dit anti-racisme-argument, dat voor de meerderheid van de bevolking (werknemers en hun families) zou moeten opgaan, een pro-argument, op basis van klassenpositie.

Als je als argument tegen het VOKA-flamingantisme stelt dat ze de sociale zekerheid willen verzwakken - dan vinden zij dat vanuit hun standpunt goed nieuws. Morele oordelen stoten hier dus op een economische scheidingslijn, een klassenconflict.

Wat vanuit de algemene bekommernis om de samenleving dus als suboptimaal wordt gezien (racisme, verdeeldheid, ongelijkheid…) wordt vanuit hun klassenstandpunt een volledig legitieme redeneringswijze. Die is helemaal niet idioot, maar eigenlijk zelfs heel rationeel, ook al beseffen de poppen in de poppenkast misschien zelf niet waar die rationaliteit vandaan komt.

Meer zelfs, het is niet enkel rationeel, ze kunnen misschien zelfs niet anders denken. Dat denkkader wordt door de samenleving voorgeschoteld als het enige rationele. Om het in marxistische termen uit te drukken... de heersende ideologie is die van de heersende klasse.

En dat denkkader kan enkel maar veranderen via een fundamentele verandering van de sociaal-economische samenleving waarop ze gebaseerd is. Ideologie is deel van de bovenbouw, die finaal wordt bepaald door de onderbouw... - en die kan enkel gewijzigd worden via een kwalitatieve omschakeling via klassenstrijd - niet door politieke discussie… - waardoor politieke discussie dus in sommige situaties inderdaad zinloos is.

Tuesday, January 4, 2011

De nota Vandelanotte: een analyse

Het had een geheime nota moeten zijn. Tot woensdag hebben de traditionele partijen tijd om zich uit te spreken over de compromistekst van Vandelanotte. Toch was na enkele uren reeds een versie van de tekst beschikbaar in de media. Het wijst alleszins op het feit dat het vertrouwen tussen de gesprekspartners onder het vriespunt zit en de instabiliteit van de politieke elite van dit land een nieuwe fase kent. Een korte opinie over enkele van de reeds bekende punten.




De tekst die Vandelanotte na een recordperiode van onderhandelingen voorstelt is een typisch "Belgisch compromis", en de punten die erin opgenomen zijn, zijn helemaal niet zo verrassend. In principe had deze tekst evengoed 2 weken na de verkiezingen kunnen af zijn, maar het heeft waarschijnlijk tot het negatieve ratingrapport van Standard en Poors' geduurd tot Voka haar communautaire scherpslijpers van de NVA wat aanporde om toch wat minder het gelijk van Maddens theorie te proberen bewijzen. Vraag is of de NVA en Dewever uiteindelijk hun meesters zullen volgen.

BHV en kieswetgeving

Het compromis bestaat uit typische evenwichten van de Belgische elite en haar politieke gesprekspartners die vandaag aan tafel zitten. De splitsing van BHV wordt ingewilligd zoals "de Vlamingen" vroegen. Veel verliezen de Franstalige gesprekspartners daar electoraal immers niet mee: het grootste deel van die Franstalige stemmen in de rand ging immers naar hun gezamenlijke vijand aan Franstalige zijde, de MR - met haar communautair aanhangsel, het FDF van Maingain. In ruil krijgen de Franstaligen in de rand ook stemrecht in Brussel zelf en wordt de omzendbrief Peeters afgezwakt. Wat enkele jaren geleden nog een onoverkomelijk probleem leek, wordt herleid tot wat het is: een spelletje tussen de traditionele partijen dat op 5 minuten opgelost kon zijn.

In het luik politieke hervormingen stelt Vandelanotte het oude voorstel voor om de Senaat af te schaffen, en het te hervormen tot een ontmoetingsplaats voor gemeenschappen en gewesten. Opvallender is het voorstel voor samenvallende regionale en federale verkiezingen. Daardoor lijkt het federale parlement een legislatuurparlement te worden, dat slechts om de 5 jaar verkozen wordt. Doel ervan is duidelijk: men wil fratsen als die van Alexander Decroo in de toekomst voorkomen. Die liet in het voorjaar de regering vroegtijdig vallen, waardoor hij het politieke establishment in een nog groter chaos stortte. De samenstelling van het parlement zal dan wel stabieler zijn - ze wordt in de toekomst immers slechts een maal om de 5 jaar electoraal gecontroleerd, en wordt zo nog minder democratisch - het hoeft daarom nog niet stabieler te zijn op politiek vlak. Bij een versnipperd politiek landschap kan verhoogde instabiliteit ontstaan die voor de elite niet oplosbaar is door vervroegde verkiezingen.

Bevoegdheidsoverdrachten

Werkgelegenheid wordt volledig geregionaliseerd. Dit was reeds grotendeels het geval. Wellicht betekent dat, in de lijn van het beleid van Vandenbroucke, er verder wordt gegaan met nog meer actief arbeidsmarktbeleid, gericht op de "flexibilisering" van de lonen. De Vlaamse werknemers weten meteen wat het doel daarvan is; werklozen schrappen, vakbondsmacht ondergraven en de arbeidsmarkt flexibiliseren naar het Duits model.

Een deel van de aspecten verbonden met de sociale zekerheid wordt geregionaliseerd, met name de gezinstoelages en een deel van de ziekenzorg. Het gaat om een beperkt budget. Maar het is een belangrijk precedent op vlak van de splitsing van de sociale zekerheid. De regionaliseringen van mobiliteit en justitie zijn op zich dan weer toegevingen aan de Vlamingen die weinig logische onderbouwing hebben. Op vlak van efficiëntie slaat het immers nergens op dat men aan beide zijden van de taalgrens andere snelheidslimieten zou hanteren of andere boetes zou heffen. Regionalisering van Justitie heeft vooral tot doel een nultolerantie-beleid ten aanzien van criminaliteit te vergemakkelijken. In Vlaanderen kunnen we ons verwachten aan een verdere criminalisering in plaats van bestrijding van armoede.

Financieringswet

De nota hertekent ook de financieringswet. Dit is het belangrijkste strijdpunt van de Vlaamse kleinburgerij achter VOKA. Ook hier is de hervorming in theorie groot, maar in de praktijk beperkt. 15 miljard van de personenbelasting wordt geregionaliseerd. Dit is bijna de helft van het totale budget van 35 miljard. Daarvan zou Vlaanderen 10 miljard zelf kunnen herverdelen. Dit stelt echter nog geen 50 procent van de middelen voor. Meer dan de helft komt nog steeds van Federale belastingen. Opvallend is dat de vennootschapsbelasting niet vernoemd wordt... Nochtans spande het departement financiën en dan vooral bedrijfsfiscaliteit de kroon wat wanbeleid betreft. Het hangt er natuurlijk vanaf wat men wanbeleid noemt. Achteraf bekeken is VOKA en consoorten wellicht best tevreden met het bedrijfsvriendelijke beleid van Reynders, en hoort dat ministerie minder "geresponsabiliseerd" te worden na de notionele intrestaftrek en de positieve resultaten voor KBC, Arcelor en Inbev.

Brussel daarentegen krijgt haar genoodzaakte herfinanciering niet. Voor Brussel wordt een compensatie voorzien voor de infrastructuur die het moet voorzien voor de pendelaars en de Europese ambtenaren van 370 miljoen Euro. Er wordt echter geen budget vrijgemaakt om de enorme sociale problemen van de hoofdstad aan te pakken, er wordt geen geld vrijgemaakt om extra werk te creëren voor de enorme aantallen jonge werklozen of om te investeren in de Brusselse gemeentes die langzamerhand meer beginnen lijken op Parijse banlieues. De hervorming die er vanuit sociaal oogpunt het dringendst nodig was, komt er niet.

NVA

Ideologisch is de nota van Vandelanotte geen spectaculaire overwinning voor de NVA. De kiezers die met de NVA drastische oplossingen hadden verwacht, zullen bedrogen uitkomen. Het is dan ook de vraag of ze zo'n lange onderhandelingen kunnen verantwoorden voor dit resultaat. Het belangrijkste feit dat Dewever wellicht bereikte, is de onstabiliteit van het Belgische politieke establishment aantonen. Zelf heeft hij daar zoveel mogelijk aan bij gedragen.

Qua alternatieven stelt er zich een probleem voor de NVA. Vertrekkend van hun ideologisch beginsel van subsidiariteit gaan zij uit van een verdamping van België. In deze crisistijden moet er efficiënter bestuurd en bespaard worden - en dat kan volgens hen beter op een ander niveau dan België - het is te zeggen op Europees of op Vlaams vlak. Er zijn echter betere momenten om met zo'n ideeën af te komen dan vandaag. Wie gelooft immers in de huidige economische en politieke crisissituatie dat de Europese unie beter gewapend is om problemen aan te pakken dan België? België mag dan volgens De Wever al de zieke man van Europa zijn, wat dan te zeggen over Europa als geheel? De eerste economische crisis lijkt de muntunie reeds op haar knieën te krijgen.

De vraagt blijft wat de NVA met deze nota zal doen. Het kan zich wellicht niet permitteren om de zwarte piet voor de mislukking van de onderhandelingen toegespeeld te krijgen. Die ongemakkelijke positie zal versterkt worden door het feit dat ook economisch Vlaanderen stilaan een federale regering wil om de besparingen van 21 miljard eindelijk in te zetten. Nochtans kunnen we van De Wever en co weinig enthousiasme over deze nota verwachten.

Maar ook na de vorming van een regering op basis van deze nota moeten we niet veel stabiliteit verwachten. De instabiliteit komt immers grotendeels voort door het onvermogen een consensus te vinden over de aankomende besparingen - hoe en over wie die verdeeld zullen worden. De vraag is dan of er genoeg eenheid in de elite kan gevonden worden om die hervormingen door te voeren, en dat zal afhangen van hoeveel verzet ertegen komt.

(PS, Merci aan Zoé voor de spellingscorrectie en Jon voor de geleende afbeelding)

Thursday, December 16, 2010

De impact van de Bolsa Familia

Conditionele Cash Tranfers in Brazilië: een kritische reflectie
Essay naar aanleiding van het vak Ontwikkelingseconomie (Prof. D’Haese)

Waarschuwing: Gezien dit Essay bedoeld is als oefening aan de faculteit FEB, is er stevige 'zelfcensuur' aan te pas gekomen. Daarbij wordt ik gedwongen om mij kunstmatig objectief en 'wetenschappelijk' op te stellen in mijn taalgebruik en aangehaalde kritieken.

De Bolsa Familia is een conditioneel cashtransfer-programma. Ingevoerd door de regering Lula kon het wereldwijd op heel wat steun rekenen. Verschillende landen gingen over tot het kopiëren van het model en ook in Brazilië zelf zorgde het voor een duw in de rug van de populariteit van Lula da Silva. Maar is het programma wel zo ideaal als het wordt voorgesteld? Wat is de reële impact van het programma en welke kritieken worden erop geformuleerd? Een kritische analyse.

Wat is de Bolsa Familia

Het Bolsa Familia Programma (hieronder afgekort tot BFP) is een voorbeeld van een conditionele cash-transfer, een aan bepaalde voorwaarden gekoppelde uitgekeerde som door de overheid. De Braziliaanse federale overheid keert deze som uit aan families met een hoog armoederisico. Huisvrouwen komen in aanmerking voor de som van 15 tot 95 reais per maand wanneer het inkomen per capita in het gezin lager ligt dan 120 reais (bijlage 1). Naast een speciale registratie bij de lokale administratie dienen de families er echter ook aan extra voorwaarden te voldoen. Zo dienen ouders ervoor te zorgen dat hun kinderen naar school gaan, en dat ze de overheidsvaccinatieprogramma’s doorlopen.

Door het invoeren van zo’n conditionele cashtransfer (hieronder afgekort tot CCT) tracht de overheid zowel de extreme armoede in het land te verminderen, alsook de intergenerationele cyclus, waarbij armoede wordt doorgegeven van ouder op kind, te doorbreken. (Kerstenetzky C., 2009) Ze doet aan armoedebestrijding op 2 wijzen, via de transfer en via de condities van de transfer. Men tracht enerzijds de extreme armoede te bestrijden door de cashtransfer; hierdoor zijn families in staat op een betere wijze aan hun basisbehoeften – vooral een betere voeding, waar 87% van de middelen naartoe gaan (Kerstenetzky C., 2009) - te voldoen. Bovendien wordt ook de economische groei op deze wijze gestimuleerd via consumptie. Lokale handelaars profiteren van de verhoging van de basisconsumptie van de armste lagen van de bevolking (Economist, 2008). Via de voorwaarden die men koppelt aan de transfer tracht men eveneens het menselijk kapitaal te ondersteunen via de verbetering van de toegang tot onderwijs en investering in de gezondheidszorg.

Een zijdelings positief effect is dat door de verplichte registratie op deze wijze ook een gegevensbasis ontstaat waarin gegevens gevonden kunnen worden van de armste lagen van de bevolking (Wereldbank, 2010). Op deze wijze kunnen toekomstige programma’s beter afgestemd worden op deze lagen.

Voorlopers van de Bolsa Familia

“Happy Families, An anti-poverty scheme invented in Latin America is winning converts worldwide”; luidt de titel van een artikel uit the Economist uit 2008. Het Conditional Cash Tranfer-programma is echter in tegenstelling tot wat vandaag algemeen aanvaard wordt geen uitvinding van de regering Lula. Voor het door de federale regering van Brazilië werd ingevoerd in 2004, werden gelijkaardige systemen reeds toegepast in verschillende deelstaten en waren er reeds cash transfers op nationaal vlak onder de vorige president, Fernando Henrique Cardoso. (Kerstenetzky C., 2009) Voor 2003 waren er 4 verschillende CCT-programma’s in Brazilië die niet op elkaar afgestemd waren, waarbij sommige families van alle transfers genoten en sommigen van geen enkele. (Soares S., 2009) Eigenlijk horen de CCT’s al meer dan 15 jaar tot de voorgestelde armoedebestrijdingsprogramma’s van de Wereldbank. (Arcady, 2008)

Conditional Cash Transfers

Conditional Cash transfers, waarbij de doelpopulatie vanwege de centrale overheid onder voorwaarden een som krijgt, vormen een relatief nieuwe wijze van sociale dienst. Het is deel van een nieuw, meer marktgericht sociaal beleid gericht op interventies aan de vraagzijde in de economie. Het vormt een beleidsantwoord op kritieken op de meer traditionele sociale programma’s, zoals slechte doelgroep-targetting, hoge administratieve kosten, slechte integratie van projecten, beschuldigingen van paternalisme en korte-termijn beleid. (Rawlings L. B., 2005)

In deze nieuwe marktgerichte benaderingswijze worden traditionele bijstand programma’s eerder gezien als een sociale buffer in crisistijden, waarbij op korte termijn marktfalen wordt opgevangen. (Rawlings L. B., 2005) Traditionele bijstand of sociale zekerheid wordt dus gezien als automatische stabilisator, maar niet als oplossing voor armoedebestrijding op lange termijn. CCT’s daarentegen proberen zowel de korte termijn als lange termijn armoede aan te pakken. De lange termijn wordt vooral aangepakt door de families te laten investeren in menselijk kapitaal, door de voorwaarden van de transfer; verplicht onderwijs, gezondheidsprogramma’s enz. (Rawlings L. B., 2005)

Ze kunnen geïnterpreteerd worden als een antwoord op het falen van traditionele vraagzijde-interventies, zoals de voorziening van scholen en ziekenhuizen, die onderbenut worden door de armen. Er is in dit geval sprake van marktfalen door hoge opportuniteitskosten, moeilijke toegang en tekort aan incentives voor investering in menselijk kapitaal. (Rawlings L. B., 2005)

Het is echter duidelijk dat vooral een combinatie van beide nodig is wil men Cash-transfers laten werken. Zonder de sociale infrastructuur, voorzien door de overheid, is het immers ook onmogelijk om de incentives van een CCT te benutten.

 
Implementering in Brazilië

Het BFP werd ingevoerd door de federale overheid. Niettemin is er wat de uitvoering van het programma betreft een complexe relatie tussen de verschillende bestuursniveaus. De federale overheid is verantwoordelijk voor de financiering en uitkering van de transfers. Op deze wijze tracht men politieke beïnvloeding en fraude bij de uitkering van de bedragen te beperken. Scholen en gezondheidsprojecten worden op deelstaat en op lokaal vlak georganiseerd. De registratie van armen wordt gedaan op lokaal vlak, door gemeentelijke ambtenaren. (Soares S., 2009)

Impact

Het belangrijkste verschil met vorige gelijkaardige initiatieven is de schaal van het Bolsa Familia-programma. 11 miljoen families genieten vandaag van deze uitkering, zowat een kwart van de bevolking. (Economist, 2008)

Het armoedebestrijdingsbeleid van de Braziliaanse regering lijkt zijn vruchten af te werpen;
Tijdens de periode waarin de Bolsa Familia werd doorgevoerd daalde zowel de armoede als de ongelijkheid in Brazilië, sinds lang een van de meest ongelijke landen van de wereld. Het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leeft daalde tussen 2003 en 2008 van 39 procent tot 25 procent, terwijl de Gini-coëfficiënt op die 7 jaar met 8,4 procent daalde, van 0,59 tot 0,54. (Wereldbank, 2010)

Er is dan ook heel wat animo om het programma in andere landen te gaan kopiëren. Sinds het Braziliaanse succes van Conditionele Cashtransfers is het aantal landen en regio’s dat met gelijkaardige systemen experimenteert, snel gestegen. Volgens the Economist werd het systeem geïntroduceerd in verschillende Latijns-Amerikaanse landen, Egypte en New-York. (Economist, 2008)

Nuancering

Niettemin mag de impact van de Bolsa Familia niet overdreven worden. Het budget voor het BFP ligt slechts op 0,4 procent van het BNP, of zo’n 3 procent van het totale budget voor sociale uitgaven in 2003. Dit cijfer steeg tot 7 procent in 2008. (Wereldbank, 2010)


De Wereldbank stelt dat slechts 1/5 van de daling van de armoede aan de Bolsa Familia te wijten is. De daling van de Gini-coëfficiënt zou voor 15% veroorzaakt zijn door het BFP, terwijl het tot de daling van de extreme armoedekloof met 35% zou bijgedragen hebben. (WB 2010) Het overgrote deel zou een gevolg zijn van de explosieve toename van de economische groei en andere sociale maatregelen en programma’s. Een belangrijke impact had onder andere de invoering van minimumlonen uitgedrukt in reële termen – een politiek die reeds gestart was onder FHC.

Ook is het effect op gezondheid weinig duidelijk, er lijkt geen vooruitgang te zijn op vlak van vaccinaties, en is er wat voeding voor de kinderen betreft, slechts vooruitgang bij de jongere leeftijdscategorieën. Bovendien is er een duidelijk probleem wat de focus van het programma betreft; 56% van de doelgroep – de armste lagen van de bevolking – waarvoor het BFP bedoeld is, worden uitgesloten. (Kerstenetzky C., 2009) Niettemin eindigt 70 % van de middelen, volgens de Wereldbank, bij de 20 procent armste gezinnen. (Economist, 2008)

Wanneer de input aan middelen echter wordt vergeleken met de output op vlak van vermindering van de ongelijkheid, is de impact van het BFP op ongelijkheid in vergelijking met andere maatregelen vrij groot. Dat komt vooral omdat het BFP gericht is op de lagen die leiden onder extreme armoede. (Kerstenetzky C., 2009)

Kritiek

Naast de nuancering over de effectieve impact zijn er een aantal theoretische bezwaren en moeilijkheden met het BFP en CCT’s in het algemeen. Die bezwaren kan je opdelen in 2 groepen uit 2 scholen uit de Politieke Economie, één langs rechts en één langs links. De eerste kritieken komen vanuit de hoek van de Public Choice Theorie. Zij stellen vooral bezwaren bij de overheidsinmenging via de CCT’s. De tweede groep kritieken komt uit de socialistische school. Die stelt zich kritisch op tegen de marktoriëntatie van CCT’s en het tekort aan structurele veranderingen in de armoedebestrijding.
Volgens The Economist zijn er 3 belangrijke zorgen bij het BFP, alle drie zijn ze geïnspireerd door een Public Choice benadering. Een eerste zorg is de mogelijke fraude bij registratie in de gemeentelijke administratieve diensten. Zo blijkt uit rapporten dat 15 procent van de gemeenten de zeer onwaarschijnlijke situatie rapporteren dat 100% van de leerlingen 100% van de schooltijd aanwezig zijn op school. (Economist, 2008)
Ook de tweede belangrijkste zorg kan men kaderen in een public-choice benadering, namelijk dat het BFP wordt gedegradeerd tot een soort “Vote-buying”. Niet alleen zou het programma volgens sommigen voornamelijk bedoeld zijn om op die wijze de populariteit van de regering op te krikken, ook lokale politici gebruiken het registratiesysteem van het BFP om hun macht en invloed uit te breiden. (Economist, 2008) Toch bestaat tot op vandaag geen empirisch bewijs voor de stelling dat de regering het BFP gebruikt voor cliëntelistische doeleinden. (Kerstenetzky C., 2009)

De derde belangrijke zorg volgens the Economist, is het gevaar dat het BFP tot een permanent mechanisme verwordt, waarbij het programma geen tijdelijke boost van sociale kansen zou betekenen, maar eerder een sociaal vangnet. (2008) In plaats van het sociaal kapitaal te verhogen, zou dit de armen afhankelijk maken van de staat om te overleven. Vraag is ook of dit systeem op termijn electoraal houdbaar blijft, met andere woorden of kiezers, die via belasting bijdragen aan de transfers, genoeg solidariteit zullen blijven tonen om de electorale basis voor het programma in stand te houden. (Kerstenetzky C., 2009)

Ook vanuit socialistische hoek is er kritiek op de Bolsa Familia. Arcady (2008) haalt Ernest Mandel, oud professor economie aan de VUB, aan zijn kritiek te staven. Hij stelt dat, wanneer het basisgoederen betreft, de markt laten werken minder efficiënt is dan directe verdeling. Voor hogere consumptie brengt diversificatie van de consumptie een hoger nut met zich mee, waarbij marktwerking voor een betere allocatie kan zorgen. Voor basisgoederen is dat niet het geval, omdat er immers – zeker onder de arme lagen – weinig diversiteit is in de consumptie van basisgoederen. (Mandel E., 1988) Het feit dat 87% van de cashtransfers gebruikt wordt voor voedselaankopen is daarvoor een voorbeeld. De gezamenlijke aankoop van basisgoederen door de overheid in plaats van de markt te laten werken zou bijgevolg efficiënter zijn. Enerzijds wordt op die wijze gebruik gemaakt van schaalvoordelen, anderzijds heeft de overheid, als vertegenwoordiger van de gezamenlijke vraag meer marktmacht, zodat de kosten verlaagd kunnen worden. (Arcady, 2008)

Een andere kritiek is dat er op korte termijn helemaal niets structureel gedaan wordt aan de situatie van de armen. 81 % van de ingeschrevenen in het BFP staan immers ingeschreven als werkenden met precaire contracten of zonder contract en werken aan zeer lage lonen; 22% werkt in de familiale landbouw, 15% als (schijn)zelfstandigen. De CCT verandert helemaal niets aan de oorzaak van hun armoede, namelijk het precaire karakter en de lage kwaliteit van hun jobs. Integendeel, de Bolsa Familia, wordt gebruikt om dit soort minderwaardige jobs in stand te houden door de omstandigheden voor die werkenden via caritatieve bijdragen wat te verbeteren. (Filho A., 2010)

Conclusies

Gezien de kritieken op het Bolsa Familia-Beleid zowel van links als van rechts komen in de politieke economie, kunnen we ervan uitgaan dat Lula met zijn programma een evenwicht zoekt in het politiek economische centrum. Het beleid gelooft niet in de pure vrije markt, maar is gericht op de bijsturing van de markt om de extreme ongelijkheid tegen te gaan.

Binnen het huidige economische kader gezicht lijkt het BFP zeer efficiënt. Het beperkte budget dat vrijgemaakt is voor het BFP slaagt er toch in de ongelijkheid en absolute armoede relatief sterk te laten dalen. Zonder structurele hervormingen aan de economische basis slaagt men erin de GINI-coëfficiënt sneller te laten dalen dan gemiddeld, tegelijkertijd laat men het menselijk kapitaal aangroeien, hoewel dit gecombineerd moet worden met fundamentele hervormingen in de medische en educatieve systemen. Deze successen vertalen zich ook in de opmerkelijke electorale populariteit van president Lula.

De vraag is echter in welke mate het programma houdbaar is, en in welke mate de resultaten niet beïnvloed zijn door de hoge groei van de afgelopen jaren in het land. Niet enkel kan het BFP op de helling komen te staan bij een terugval van de groei en een budgettaire verkrapping; er waren reeds pogingen van de oppositie om de financiële middelen voor het BFP te ondergraven. Bovendien is er geen sprake van structurele hervormingen, waardoor het minder dienst doet als automatische stabilisator in crisistijd. 
Bibliografie:

Arcady, V., Um argumento critico sobre o Bolsa-Familia, rebellion.org, Sao Paulo, 2008
Economist, Happy Families, An anti-poverty scheme invented in Latin America is winning converts worldwide, The Economist, feb 7, 2008
Filho A., SUJEITO E CONSCIÊNCIA: ENTRE A ALIENAÇÃO E A EMANCIPAÇÃO, Doctoraatsthesis PUC, 2010
Paes Sousa, R., Santos, L. M. P., Measuring the impact of Bolsa Familia Program on data from health and nutrition days, working paper, FAO, 2009
Kerstenetzky, C. L., Redistribuição e desenvolvimento? A economia política do programa bolsa família. Dados, vol.52, n.1, pp. 53-83., 2009
Mandel E., The Myth of Market Socialism, New Left Review (169), 1988
Rawlings L.B., Rubio G.M., Evaluating the Impact of Conditional Cash Transfer Programs, World Bank, Oxford University Press, 2005
Soares S., Osorio R., ea, CONDITIONAL CASH TRANSFERS IN BRAZIL, CHILE AND MEXICO: IMPACTS UPON INEQUALITY, Estudios Economicos, numero extraordinary, p. 207-224, 2009
Worldbank, Project appraisal document on a proposed loan for a Bolsa Familia Project, Human Development Sector, Worldbank, 2010

Monday, December 6, 2010

Het gezicht van "de markten" - I

IJsland, Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje, België... het rijtje landen dat onder vuur genomen wordt door "de markten" groeit bijna dagelijks. Telkens gaat het om enorme speculatiebewegingen, waarbij wordt gegokt op het failliet van staten. De druk van deze "markten" bepaalt vandaag het sociaal-economisch beleid in de meeste Westerse landen. Zij zijn het die besparingsmaatregelen opleggen tegen de wil en de belangen in van de meerderheid van de bevolking. Democratie werd al een tijdje vervangen door de dictatuur van de markten; de ontwikkelingen sinds het uitbreken van de crisis, maken dat feit voor iedereen zichtbaar. De "markten" worden vaak voorgesteld als een gegeven, een natuurwet die de wereld mee bepaalt. Maar achter die markten staat een geheel van hedgefunds, zakenbanken en financiële concerns. We bespreken er een aantal, en plakken zo een gezicht op die markten. We beginnen met de vermogensbeheerders.

Vermogensbeheerders zijn maatschappijen die eigendommen beheren van andere investeerders. Ze worden aangesteld door kapitalisten om hun vermogen zo winstgevend mogelijk te beleggen. Daartoe wordt er belegd en gehandeld in aandelen, immobiliën en buitenlandse munten. Het grootste deel van de investeringen bestaat echter uit staatobligaties. Via aankoop van goedkope obligaties en verkoop van obligaties die dreigen te dalen in waarde maken deze speculanten niet alleen enorme winsten, ze hebben ook enorme invloed op de schuldgraad van landen. De speculatie op het failliet van landen, via de verkoop van hun obligaties, zet serieuze druk op staten. Zij dreigen geen financiële middelen meer te vinden.

Blackrock

Blackrock is de grootste vermogensbeheerder ter wereld. De vermogensmanager heeft de neiging om heel "discreet" te zijn en weinig informatie te geven over welke bedrijven en eigendommen ze controleert. We kunnen dus enkel afgaan op wat publiek gemaakt wordt. Blackrock beheert 9.500 miljard dollar aan investeringen. Ter vergelijking: het totale "reddingsfonds", voor landen in de Eurozone, bedraagt 750 miljard euro. Dat is dus nog geen tiende van wat deze ene maatschappij ter beschikking heeft. (1)
Het kapitaal van Blackrock zit zowel in aandelen, immobiliën, baar geld als in obligaties. In Belgie controleert Blackrock bijvoorbeeld delen van Umicore, Nystar, Bekaert, Omega Pharma, KBC, Aegeas, Dexia, Solvay, Mobistar... (2) Blackrock is eigendom van Bank of Amerika, PNC financial services en Barclays. Zij controlen samen 80 procent van de aandelen.


1. About us, Blackrock.com, 2010
2. BlackRock is als olifant in de porseleinwinkel, De tijd, 10/11/2010