Monday, April 25, 2011

25-april vieringen tonen afkeer van het IMF

25 000 man trok maandag door de straten van Lissabon ter gelegenheid van de 37e verjaardag van de anjerrevolutie. Op het moment dat het IMF het land onder curratele heeft geplaatst, staan alle verworvenheden van de revolutie op het spel. Waar de revolutie tegen het fascisme op 25 april 1974, de samenleving deed beven en de basis vormde van de sociale verworvenheden van de Portugese arbeidersklasse staan die vandaag allemaal onder druk. De meerderheid van de slogans in de betoging ging dan ook in tegen de dictatuur van het grootkapitaal, de neoliberale EU en het IMF die de toekomst van de bevolking ruineert. Meer dan lijkt een nieuwe aprilrevolutie nodig.




Meer foto's: http://www.facebook.com/media/set/fbx/?set=a.10150162271766914.296954.563911913&l=104806d631

Thursday, April 21, 2011

Eurocrisis maakt de nood aan socialisme tastbaarder dan ooit

De schuldencrisis in de Eurozone, een uitloper van de globale financiële crisis, woedt in alle hevigheid door. Ondanks pogingen vanuit de getroffen landen en de Europese Unie om 'de markten' te plezieren via zware besparingsplannen en garanties, blijven Portugal, Ierland en Griekenland aangevallen worden door speculanten. Voor die drie landen is de uitgifte van schuldpapier al onbetaalbaar geworden. Portugal was in april de derde lidstaat van de euro die zich moesten wenden tot het IMF en het Europees "reddingsfonds" EFSF voor noodfinanciering, met alle gevolgen vandien.

Wiens schuld? Wie betaalt?

Vaak wordt de bevolking van de landen in financiële nood aangeduid als schuldige voor de problemen. Duitse politici waren er als de kippen bij om de schuldenproblemen toe te schrijven aan de spilzucht en luiheid van de Griekse en Portugese zuiderlingen. Het leidde tot de absurde situatie dat rijke Duitse politici stellen dat Grieken die een pak minder dan 1000 euro per maand verdienen boven hun stand leven.

Het gecreeërde racisme rond de schuldenkwestie is ondertussen een gemakkelijke voedingsbodem geworden voor rechtse populistische partijen in Noord-Europa. Rechtse, nationalistische partijen proberen stemmen te halen op basis van campagnes tegen transfers van Noord- naar Zuid-Europa. De partij "de Ware Finnen" vervijfvoudigde haar stemmenaantal bij de verkiezingen van 4% naar 19%, onder andere op basis van een programma van weigering van Europese steun aan Portugal.

Het is echter niet de Ierse, Portugese of Griekse bevolking die verantwoordelijk is voor de hoge schuldgraad. De schuldproblematiek is een globaal probleem van het kapitalisme. Wereldwijd bedraagt de totale schuldgraad van gezinnen, bedrijven en staten vandaag meer dan 250% van de waarde van de jaarlijks geproduceerde rijkdom op wereldvlak. Sinds de jaren 70 heeft men de chronische overproductie-crisissen van het kapitalisme opgelost door massale schulduitgifte. Dit ging gepaard met de volledige vrijmaking van de financiële markten. Ter illustratie; het totaal aan beleggingen van de banken in Engeland bedroeg tussen 1870 en 1970 steeds rond de 50% van het BBP. Vandaag ligt dat boven de 600% van het BBP1. Ook in Griekenland en Portugal, maar vooral in het geval van Ierland en Ijsland, kwam daar sinds de recente crisis de reddingen van de banken bij. Net als in België gaven de overheden er miljarden uit om het banksysteem overeind te houden.

De reden waarom landen als Portugal en Griekenland eerst getroffen werden door de crisis, is omdat zij waren van het neoliberale beleid van de EU. Het was vooral de industrie in de Zuid-Europese landen - bijvoorbeeld textiel en schoenen, die daar gevestigd was voor de lage lonen - die door vrijhandel en neoliberale globalisering vertrok naar landen met nog lagere lonen. Het gevolg van de EU was een stijging van de prijzen en de werkloosheid voor de arbeidersklasse tegenover een vergroting van de afzetmarkten en buitenlandse investeringen voor de bedrijven.

Reddingsplan of besparingsplan?

Banken en Speculanten dwongen ondertussen Griekenland, Ierland en Portugal om aan te kloppen bij het IMF en het Europese noodfonds. Toen de Portugese sociaal-democratische regering het vijfde besparingsplan in Portugal niet door het parlement kreeg, viel ze en opende het ook daar de weg voor het IMF. De enorme besparingsplannen van de nationale regering bleken onvoldoende om 'de haaien' koest te houden. Nog voor de nieuwe verkiezingen, is het IMF, op vraag van de regering in lopende zaken, reeds in Portugal om het beleid uit tekenen.

De "hulp" van het IMF en de EU bestaat erin dat de getroffen landen kredietlijnen krijgen om hun schuld te herfinancieren, op die manier moeten de landen hun schulden aan de banken kunnen afbetalen. Aan die "hulp" zitten echter brutale 'conditionaliteiten' verbonden. Dit zijn de voorwaarden die aan de redding gekoppeld zijn. In praktijk betekent dat dat de 'troika' van de Europese Centrale bank, de Europese Comissie en het IMF nu directe controle over de landen verwerft. Concreet is het in Portugal nu het IMF dat de besparingsplannen oplegt; het parlement heeft niets meer te zeggen. Op die manier verdwijnt elke schijn van democratie die er nog was.

Het IMF zal verder besparen, en eigenhandig het laatste besparingsplan (PEC IV) opleggen in Portugal. Bovenop alle maatregelen die al waren getroffen, zoals de verlaging van de pensioenen en de massale privatiseringen, zal ook de BTW op voeding meer dan verdubbelen, zal de ontslagregeling vergemakkelijkt worden en zullen de werkloosheidsuitkeringen nog meer verkort worden. De Portugese arbeidersklasse zal hierdoor nog meer verarmen

Niet alleen betekent dit een sociaal drama, binnen het kapitalistisch systeem biedt dit helemaal geen oplossing op lange termijn. De torenhoge schuld zal immers niet verminderd worden en de maatregelen van het IMF zullen de economie nog verder in een recessie storten. En dat terwijl de economie de laatste 12 maanden reeds een negatieve groei kende. Eender welk perspectief op beterschap wordt dus afgenomen van de bevolking. Niet verwonderlijk dat steeds meer Portugese jongeren, net als hun Ierse lotgenoten hun families verlaten om in het buitenland een betere toekomst te zoeken.

Een socialistisch antwoord nodig

De besparingsplannen werden het afgelopen jaar meermaals van antwoord gediend door de arbeidersklasse en haar vakbonden. De privatiseringen werden beantwoord door sectoriële stakingen. Er waren verschillende nationale betogingen en een algemene staking. De inval van het IMF zorgde zelfs voor een kortstondige opheffing van het sectarisme tussen de linkse partijen in Portugal, het Links Blok en de communistische partij, voor overleg over een gemeenschappelijke standpunt. Toch is er vandaag geen duidelijk actieplan ter linkerzijde om de besparingen te stoppen en het IMF buiten te kegelen.

Onze Portugese kameraden, van Socialismo Revolucionario, zijn actief bezig daarvoor campagen te voeren. Er is nood aan een actieplan die de verschillende verzetsbewegingen verenigt. Het links blok, de PCP en de grootste vakbond, de CGTP moeten samenzitten om een regeringsalternatief voor de arbeidersklasse uit te werken op basis van een socialistisch programma. Dit dient afgedwongen te worden op basis van strijd, te beginnen met de opbouw van een nieuwe algemene staking met een perspectief om nadien de strijd verder te zetten. Zo'n socialistisch programma zou eruit bestaan alle besparingen te stoppen, de weigering om de staatsschuld terug te betalen aan de banken en de nationalisatie van de belangrijkste sectoren in de economie. Enkel op die basis kan een antwoord gegeven worden op het sociaal bloedbad, veroorzaakt door de crisis van het kapitalistische systeem.

Monday, April 18, 2011

Vergrijzingsprobleem of Klassenprobleem?

Het VBO probeert via het opiniestuk van Pieter Timmermans en Geert Vancronenburg op de redactie nogmaals het probleem van de vergrijzing te misbruiken om haar eigen ideologische agenda op te dringen. Ze grijpt de nuancerende antwoorden van Gilbert De Swert (ACV) op de pensioenhysterie aan om te pleiten voor werkduurverlenging, overheidsbesparingen en het optrekken van de pensioenleeftijd. Essentieel komt hun visie erop neer dat de huidige budgetten niet zullen volstaan. Dat klopt, maar daarbij komen we tot de essentie van de zaak. Het vergrijzingsprobleem zet het herverdingsprobleem op scherp.


De vergrijzing van de bevolking is een feit. Vanaf 2011 begint de naoorlogse babyboom op pensioen te gaan. Hierdoor daalt het potentiële aantal arbeidskrachten in de samenleving en stijgen de publieke kosten voor zorg en pensioenen. Daarbovenop komt nog eens de enorme Belgische staatsschuld. En hoewel de situatie genuanceerder is, door de verwachte economische groei en de verwachte toename van de activiteitsgraden, komt toch de vraag: “Wie gaat dat betalen?”


Vergrijzing als een verdelingsprobleem


Het VBO lijkt daarin vast heel duidelijk. Zij willen vooral de kost zelf niet dragen. Ze willen die kost doorschuiven naar de samenleving. Door de werkende bevolking zwaarder te belasten en langer te laten werken én door te besparen op de publieke goederen en de middelen voor de zorgbehoevenden willen zij vooral maken dat ze zelf niet moeten opdraaien voor die vergrijzingskost.


Oorzaak: Transfer van arbeid naar kapitaal


De vraag stelt zich waarom er een tekort bestaat. Men kan enkel vaststellen dat de totale relatieve factorinkomsten van arbeid (het totale loon van alle werkenden in België), waarmee de sociale zekerheid grotendeels betaald wordt, de laatste 30 jaar stelselmatig gedaald is. Tegelijkertijd is de productiviteit en de activiteitsgraden in diezelfde periode ongelooflijk sterk gestegen. Conclusie kan enkel zijn dat er de laatste 30 jaar, in de periode van neoliberalisme, een kolossale transfer plaats vond van arbeid naar kapitaal, van “arm” naar “rijk”.


Als vandaag de pensioenen en de sociale zekerheid onbetaalbaar blijkt, dan is dat gewoon omdat het kapitaal in de afgelopen periode een ongelooflijke hap uit onze maatschappelijke middelen heeft genomen. De enorme lastenverlagingen voor de bedrijven in de afgelopen jaren hebben letterlijk de toekomstige publieke middelen voor zorg en pensioenen opgepeuzeld.


Laten we de cijfers even in perspectief te plaatsen. Wanneer vandaag 3,7% extra zou nodig zijn voor de vergrijzingskosten, dan zou dat vandaag neerkomen op 12,6 miljard euro. De winstmarge van de 18 Bel20 bedrijven alleen al bedroeg in het post-crisisjaar 2010 reeds 16 miljard euro. In feite betekent die 12,6 miljard nog geen vijfde van de 69 miljard winst die de Belgische bedrijven maakten in 2010.


Oplossing: Transfer van kapitaal naar arbeid


Het is uiteraard de taak van het VBO om de winsten van haar bedrijven te verdedigen. Maar het is de taak van de samenleving zich hiertegen te verzetten. De cijfers tonen immers dat als er ergens geld is om de vergrijzingskost te betalen, dat geld bij de grote Belgische bedrijven zit. Het is bijgevolg de taak van een humane en sociale samenleving om daar de middelen te gaan halen, in plaats van onze oudjes te laten creperen of onze werkenden verder uit te persen!