Tuesday, October 9, 2012

IMF geeft toe dat neoliberalisme niet werkt



Als een fait divers passeerde het gisteren de Vlaamse media, het laatste statement van het Internationaal Monetair Fonds. De verontschuldigingen voor de rekenfouten vanuit het IMF hadden nochtans moeten inslaan als een bom. De belangrijkste financiële regulator ter wereld paste immers zijn modellen aan, nadat haar berekeningen fout bleken te zijn. De multiplicator van 0,5 werd als veel te laag ingeschat en zou volgens recente studies tussen de 0,9 en 1,7 liggen. Dit is bijzonder belangrijk, want indien de zogenaamde multiplicator boven 1 ligt, wil dat zeggen dat de hele logica achter het neoliberalisme op leugens en verzinsels gebaseerd is.

De Multiplicatoren waar we het over hebben zijn de zogenaamde multiplicatoren van de groei door overheidsinterventie in de Macro-economische theorie. Als de overheid geld uitgeeft, dan stimuleert dit de groei van de economie; door de toegenomen vraag, bijvoorbeeld door een bouw van infrastructuur, stijgt immers de werkgelegenheid en daarbij ook de koopkracht. Om dit geld echter te kunnen uitgeven moet de overheid het geld ergens gaan halen; dit doet ze door ofwel belastingen te heffen, ofwel door schulduitgifte. Hierdoor verdwijnt dus ook geld dat anders had kunnen geconsumeerd worden door mensen die belastingen niet zouden moeten betalen, of particulieren hadden kunnen lenen. De verhouding tussen het uitgegeven overheidsgeld en de veroorzaakte groei is de zogenaamde overheidsmultiplicator. Deze multiplicator is steeds voer geweest voor enorm debat tussen macro-economen.
Voor Keynesiaanse economen is deze multiplicator groter dan 1, dat wil zeggen, voor elke euro dat de overheid extra uitgeeft, zou er meer dan een euro groei veroorzaakt worden. Deze theorie legitimeerde op macro-economisch niveau de uitbouw van de welvaartstaat, die het resultaat was van een compromis tussen de sociale klassen en een zekere herverdeling van de rijkdom binnen het kapitalisme met zich meebracht.
De zogenaamde monetaristen echter, de macro-economische stroming achter het neoliberalisme,  stelde dat de overheid onefficient zou zijn. Enkel de private markt, zou als gevolg van vrije concurrentie de meest efficiente oplossing bieden. Elke vorm van overheidsinterventie zou dus schadelijk zijn voor de economie. De redenering ging als volgt. Voor elke euro dat de overheid wegneemt bij investeerders en consumenten, via schulduitgifte of belasting, zou deze minder efficiënt worden ingezet, dan door de eigen voorkeur van deze consumenten en investeerders in een vrije markt en concurrentie; het resultaat van één euro overheidsuitgaven zou dus een nettoresultaat  genereren van minder dan 1 euro. Volgens deze stroming is de overheidmultiplicator dus kleiner dan 1.
Deze laatste theorie verdedigt dus zo klein mogelijke overheidsuitgaven, aangezien deze inefficiënt zouden zijn. Hoe meer de overheid teruggedrongen zou worden, hoe meer onrechtstreekse groei er zou zijn. De economie zou dan wel negatief groeien door dalende uitgaven van de overheid en dalende vraag; maar het vrijgekomen geld zou terug terecht komen bij consumenten en vooral investeerders, die een grotere meer efficiente groei zouden garanderen. Het is deze laatste economische theorie die het neoliberalisme legitimeert, en sinds Thatcher en Reagan de dominante beleidslijn is geworden; als enige waarheid geldend binnen de klassieke economische opleidingen. Deze theorie heeft de afbraak van de welvaartstaat na de val van de Sovjet-unie en de verzwakking van de sociaal-democratie gelegitimeerd. Het is ook de economische theorie achter de recente besparingsplannen die door heel Europa worden opgelegd, in het bijzonder in Zuid-Europa.
Nu komt het IMF, ‘s werelds hoogste financiële instantie echter met een mea culpa. Volgens haar eigen recentste studies blijkt in periodes van laag-conjuntuur, van crises van het kapitalisme immers dat de multiplicator niet 0,5 bedraagt, maar 0,9 tot 1,7. Dit betekent dus dat het IMF toegeeft dat besparingsmaatregelen dus een netto negatief hebben op de economie, dat achteraf niet hersteld wordt. Hiermee beslechten ze eigenlijk met een eigen studie het ongelijk van het neoliberalisme en de ideologie dat ze zelf decennia verdedigd hebben en die miljoenen mensen de honger, miserie en dood hebben ingejaagd.
Hiermee weten we ook dat het IMF tenminste al beseft dat de huidige economische politiek nergens toe zal leiden en de instituties van het kapitaal met de handen in het haar zitten om de crisis op te lossen. Het betekent ook dat de weg open ligt voor echte alternatieven, alternatieven op het neoliberale kapitalisme.

Monday, October 1, 2012

Over Crisis, fiscale devaluatie en rechtvaardigheid

Brief aan mijn oud-promotor in de Algemene economie Prof. Koen Schoors; bedenkingen bij zijn column in DM 1/10/2012



Beste Professor Schoors,


Ik las deze morgen uw column op de site van de Morgen. Ik was aangenaam verrast over uw terecht uithaal naar de ondertussen beruchte uitspraak van Luc Bertrand, waarbij u het traditionele Vlaamse geklaag van VOKA in een juist perspectief plaatste. Een CEO van een bedrijf van een bedrijf dat 4,5 procent vennootschapsbelasting betaalt, maakt zich inderdaad vrij belachelijk wanneer hij het heeft over het ‘marxistisch beleid van de regering Di Rupo’.

Het is niet enkel belachelijk, eigenlijk wraakroepend, als je de lasten op de factor arbeid met die op de productiefactor kapitaal vergelijkt. De realiteit is dat de kost voor de financiering van het onderwijs, wegenonderhoud en gezondheid, vandaag bijna volledig bij de factor arbeid gehaald worden, en dat terwijl gevormde en gezonde arbeidskrachten en een uitgebouwde infrastructuur, vitaal zijn voor de reproductie van het kapitaal? Geen enkele Vlaamse KMO zou vandaag kunnen concurreren op de wereldmarkt, zonder de belastingen die de werkenden elke dag laten afhouden op de waarde die ze elke dag produceren. Jammer dat we VOKA nooit horen klagen over die onzichtbare rijkdom-transfers…

Ik ga echter niet akkoord met uw alternatief; de zogenaamde fiscale devaluatie. Die fiscale devaluatie zou een verschuiving inhouden van belasting op arbeid naar een belasting op consumptie. Ik wil hierbij een aantal redenen geven waarom ik het een slecht idee vind.

Ten eerste is een belasting op consumptie, zeker in de vorm van een BTW verhoging, buitengewoon asociaal. Zo’n belasting is immers voor iedereen even hoog, waardoor zwakker schouders relatief even zware lasten moeten dragen als sterke schouders. Bovendien wordt er verschoven van een relatief progressief systeem van lasten op arbeid, waardoor dit een wezenlijke achteruitgang zou zijn op vlak van de rechtvaardigheid van het belastingstelsel in vergelijking met vandaag. Dit wordt bovendien versterkt door het feit dat de consumptie relatief het hoogst ligt bij de minder rijke lagen van de bevolking. De meest gefortuneerden daarentegen kunnen hun vermogen nooit op consumeren en betalen daar dus minder lasten op dan vandaag. Sterker: wanneer zij overschot  van vermogen via financiële instellingen bijvoorbeeld doorsluizen naar consumentenkredieten; dan zijn het de schuldenaars die uiteindelijk lasten betalen op het inkomen van de rijken.

Maar buiten dit morele aspect, speelt voor mij ook de politiek-economische context waarin we ons bevinden. U verdedigt de fiscale devaluatie als een manier om export te promoten en op die wijze de werkloosheid te doen dalen. Men hoort zich eerst en vooral de vraag te stellen of het inzetten op verdere groei van de export een uitweg biedt, aangezien Vlaanderen, reeds één van de meeste competitieve regio’s van Europa, het afgelopen jaar een recordhoogte bereikte, met een groei van maar liefst 3,2 procent in tijden van crisis. Is dit een teken van een zwakke competitiviteit? Moet een stabiele economie niet vooral een handelsevenwicht nastreven.

Eigenlijk verschilt deze fiscale devaluatie niet zo heel sterk van andere devaluaties. In principe betekent zo’n fiscale devaluatie immers een verdoken, zij het legale, exportsubsidie en een import tax in vergelijking met de bestaande situatie. Net zoals bij competitieve muntdevaluaties worden kunstmatige barrières opgetrokken voor de handel en wordt de moeilijke economische conjunctuur op deze manier verder afgewimpeld op de handelspartners. In die zin doet dit soort exit-strategieën voor de crisis sterk denken aan de politiek van beggar-your-neighbour van de jaren ’30.

Binnen de context van de huidige crisis van de Eurozone, kan dit bijzonder kwaadaardige gevolgen hebben. De Zuid-Europese landen kennen reeds een serieus competitiviteitsprobleem, als gevolg van de financiële speculatie  sinds de invoering van de euro. Het opkrikken van die competitiviteit, is samen met begrotingsorthodoxie ondertussen de alfa en omga geworden van het Europese beleid in deze landen. De interne koopkracht, lokale economieën en wat rest van de sociale welvaartsstaat worden er opgeofferd voor het terug winnen van wat competitiviteit op hun, grotendeels Europese, exportmarkten. Als terzelfdertijd organisaties als VOKA deze hervormingen aangrijpen om zelf hervormingen te eisen om de Vlaamse competitiviteit te vrijwaren of te versterken; dan zijn we in een negatieve spiraal terecht gekomen, waarbij de koopkracht, levensomstandigheden en vooral democratische autonomie in alle landen het slachtoffer worden van wat “de markten” eisen.

Er is uiteraard een probleem met de lasten op arbeid, maar geen enkel waar VOKA over kan klagen; integendeel. Diegenen die recht hebben van klagen, zijn eerst en vooral de werkenden zelf, en eventueel de zelfstandigen en kleine bedrijven, die niet genoeg fiscale expertise aan boord hebben om belastingen te ontwijken en geen extra werkkracht kunnen permitteren en de oneerlijke concurrentiestrijd verliezen.
Belastingen zijn eerst en vooral interne transfers van rijkdom binnen een samenleving. Ze zijn het resultaat van interne machtsverhoudingen,  machtsverhoudingen die onder de neoliberale globalisering gevoelig verschoven zijn in het voordeel van de grote, exportgerichte bedrijven en financiële instellingen, wat verklaart waarom het kapitaal vandaag belachelijk weinig belastingen moet betalen in vergelijking met arbeid. De Belgische bedrijven zijn er zo in geslaagd een groot deel van de kosten voor hun eigen reproductie te ontlopen en hebben die doorgeschoven naar de werkende bevolking. Dáár zit het probleem.

Met vriendelijk groeten,
Uw oud-student,


Jonas Van Vossole


Wednesday, September 26, 2012

Haben wir es nicht gewusst?


Dinsdag in Madrid, woensdag in Griekenland… zaterdag in Lissabon? In sneltempo zien we de Zuiderse EU-landen degraderen tot geweldadige politiestaten, waar gerechtvaardigd en geweldloos massaal social protest steeds vaker met de matrakken wordt geconfronteerd. Een spiraal van repressie lijkt hen terug te duwen in de richting van hun autoritaire en fascistische regimes van weleer.
Ondertussen doet de rest van Europa of zijn neus bloed. Hoogstens komt er een afkeurende opmerking tegenover het ‘buitensporige’ politiegeweld of vindt men dat de plaatselijke regeringen toch wat socialer horen te zijn. Maar toch negeert men makkelijkshalve de eigen verantwoordelijkheid, of liever die van onze noordelijke politici en financiele kapitaal. 

Zuid-Europa heeft haar democratie niet uitgehold uit vrije wil. Ze werd uitgehold door Europa en de financiele markten. Het is de finánciele orthodoxie en het populisme van Merkel, Rutte en co die er de democratie heeft gekaapt. Verkiezingen verwerden er slechts schijnvertoningen, waar regeerprogrammas vooraf worden opgelegd aan de “aanvaardbare partijen”. Goed bestuur verwerd er het anticiperend reageren op de wensen van Merkel en de finánciele markten, in een poging het gezicht van de nationale autonomie enigzins te kunnen redden.

Het geweld komt er niet toevallig. Net als de protesten en het toenemend aantal jongeren dat het Zuiden ontvlucht zijn ze het gevolg van de stijgende armoede en werkloosheid, én vooral het gebrek aan alternatief. Wat is een democratie zonder alternatieven? De alternatieven zijn onaanvaardbaar, zowel voor Merkel en co, als haar lakeien in de Spaanse, Griekse en Portugese regeringen. Schulden horen immers afbetaald te worden, de staat moet “ontvet worden” en de arbeid competitiever. Daarbij vergeet men wel gemakkelijk dat investeringrisico werkelijk een risico hoort te betekenen, zelfs volgens de klassieke economische school, dat dat “vet” nogal mager is in Zuid-Europa, met gebrekkige sociale zekerheid en openbare diensten, én dat de lonen eigenlijk al onmenselijk laag liggen voor “beschaafde” landen.

In de jaren ’30 was de opgang van fascistische regimes een gevolg van economische wurging van de samenleving, van de eis tot terugbetaling van  onbetaalbare oorlogsschulden en het waanzinnig slechte management van de crisis. Ze was het gevolg van een gebrek aan een economisch alternatief op het falend vrije markt model. Het huidig toneel lijkt een slechte remake te worden van die tragedie van weleer, met onze eigen politieke en economische elite in de hoofdrol. Als de Grieken, Spanjaarden en Portugezen hun democratische inspraak hebben verloren, is het dan niet onze taak de onze te gebruiken? Of doen we alsof we er niets mee te maken hebben?

Tuesday, August 28, 2012

Sloeg Prof. Verhaeghe de bal mis?

Na een interessant opinieartikel van professor Paul Verhaeghe over  de rol van het neoliberalisme op vlak van psychologische gezondheid in onze samenleving, diende Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige bij Randstad hem in de Morgen van 25/8 van antwoord onder de titel: ‘Paul Verhaeghe heeft het mis: onze samenleving is niét neoliberaal’. Dat staaft hij met het “feit” van een overheidbeslag van meer dan 50 procent. Daarenboven stelt hij dat er zich op de arbeidsmarkt, waar flexibilisering en competitie volgens Verhaeghe een belangrijke factor vormen van psychische problemen binnen een neoliberale samenleving, geen enkel probleem is; aangezien de overgrote meerderheid mensen best tevreden zijn met het werk dat ze doen, en slecht een ‘kleine minderheid’ van 19 procent klaagt over gebrek van sociale steun van hun leidinggevenden.

Jan Denys slaat de bal echter volledig mis wanneer hij “overheidsbeslag” als graadmeter voor neoliberalisme gaat beschouwen. Neoliberalisme is een politieke tendens sinds de jaren ‘80 om de principes van marktwerking zo sterk mogelijk uit te breiden om op deze manier zo weinig mogelijk barrières te hebben voor de accumulatie van kapitaal en de reproductie van de kapitalistische economie. Het terugdringen van de staat kan één van de gevolgde pistes zijn, maar ze is niet de enige, en ze is zeker niet een conditione sine qua non voor het neoliberalisme.

Privatiseringen, de afbouw van openbare diensten en het verlagen van verschillende belastingen vormen inderdaad een mogelijke piste voor zoverre dat die afbouw van de staat de marktwerking versterkt. Maar het versterken van een staat ten diensten van een economische elite en complementair aan de markt kan evenzeer deel zijn van deze neoliberale tendens. We denken dan bijvoorbeeld aan economische diplomatie, de creatie van nieuwe markten, investeringen in onderzoek en ontwikkeling, het handhaven van een liberale rechtsstaat en de legitimering en desnoods gewapende verdediging  van de bestaande sociaaleconomische orde.

Een sterke, uitgebouwde staat is complementair aan het neoliberalisme wanneer de principes van marktwerking intern op haar worden toegepast, wanneer flexibilisering, efficiëntie, competitie en groei het leidmotief worden binnen haar organisatie, en als enige correcte invulling worden gezien van “goed bestuur” en “gezond verstand”. Dergelijke principes, die contrasteren met andere mogelijke, minder neoliberale principes van organisatie zoals eerbied, traditie, solidariteit, familiale banden, persoonlijke relaties, vertrouwen, zekerheid, samenwerking…  zorgen er uiteraard voor dat de scheiding tussen de organisatie van de markt en de staat grotendeels wegvalt. In die zin is de tegenstelling tussen staat en markt van de kant van de neoliberale ideologen vaak een schijntegenstelling, waarbij men verbergt dat neoliberalisme eerst en vooral een politieke tendens is, een politiek vàn publieke instellingen, en níet van de onzichtbare hand van de markt. Zijn het immers geen almachtige publieke instellingen die de privatiseringen en saneringen in Zuid-Europa vandaag opleggen? Wordt het IMF niet geleid door politici? Is de keuze om te luisteren naar ‘de markten’, niet een duidelijke keuze over hoe we naar de samenleving kijken, en dus een politieke keuze?

Het is deze maatschappij-wijde toepassing van de principes van de marktwerking, in een poging markten uit te breiden, die bijzonder schadelijke sociale en psychologische implicaties hebben. De gevolgen zijn zelfs zo doorgedreven dat de waarde van de door de heer Denys aangehaalde statistieken betwijfelbaar wordt, aangezien de ideologische hegemonie van het neoliberalisme zelfs gaat gaan herdefiniëren wat “het goede leven is”, en met name wat het betekent om “tevreden te zijn met zijn werk”, waarbij dit wordt geherdefinieerd op basis van succes, carrièreverloop, loon en status, in plaats van bijvoorbeeld sociaal nut, familie, werkplezier, kameraadschap en sociale contacten, ethiek, zekerheid,…

De Heer Denys verwijt Professor Verhaeghe dat hij bevooroordeeld is in deze discussie vanwege zijn “hulpverleningskarakter”. Hij zou daarbij teveel geconfronteerd worden met de probleemgevallen van onze samenleving. Ik wil bij deze niet bevooroordeeld zijn tegenover de heer Denys, maar gezien zijn positie als arbeidsmarktdeskundige bij een uitzendkantoor, een van de meest ver doorgetrokken bedrijfsinnovaties binnen het neoliberalisme, gebaseerd op flexibiliteit zonder zekerheid, precaire contracten, onbestaande syndicale rechten… had ik van hem geen ander standpunt verwacht… wiens brood men eet…

Wednesday, February 1, 2012

Geloof in de Politiek

Soms wordt gesteld dat de lonen van politici hoog moeten liggen om de beste beleidsvoerders aan te trekken. Als de lonen lager zouden zijn zouden de beste beleidsmensen anders kiezen voor een job in het bedrijfsleven en zou de gemeenschap in het algemeen enkel de minder goede managers hebben. Deze bewering is echter vals. Het doel binnen een democratie is niet van "de beste managers" aan te trekken vanuit een technocratische visie; het doel van een parlementaire democratie is in principe om vertegenwoordigers te selecteren die een beleid voeren dat legitiem wordt geacht door de bevolking. in principe zou een politicus vooral moeten bezig zijn met het welzijn van zijn kiezers, in plaats van met zijn carriere. Eigen sociaal engagement en niet de verloning zou dus de drijfveer moeten zijn.



Soms wordt gezegd dat de hoge lonen van politici ervoor moeten zorgen dat politici financieel onafhankelijker zouden zijn en daardoor minder neiging zouden hebben tot corruptie. Daar zijn serieuze vragen bij te stellen, vooral gezien de invloed van grote bedrijven op het beleid. Als we zien hoeveel politici aan het einde van hun carriere, of zelfs nog tijdens hun carriere, terecht komen in allerlei raden van besturen, en we leggen daar bijvoorbeeld maatregelen als de notionele intrestaftrek naast, dan moeten daar weinig tekeningen bij gemaakt worden. De lonen van politici zijn hoe dan ook in het algemeen zijn te hoog. Met een minimumloon van 8800 euro als parlementslid kan je je hoegenaamd niet inleven in de sociaal-economische situatie van de meerderheid van je kiezers.



Toch denk ik niet dat het loon van politici de belangrijkste reden is dat mensen het geloof in de politiek verloren zijn. Het heeft vooral te maken met het feit dat mensen het idee hebben dat "ze toch allemaal dezelfde zijn". In tegenstelling tot vroeger, toen een partij als de BWP nog de werkende mens verdedigde tegen sociale afbraak en uitbuiting, of er tenminste nog een CVP bestond - die de gemeenschap, het ACW en plaatselijke tradities verdedigde - heeft de huidige generatie jongeren nooit echte ideologische politieke partijen gekend. Wat vandaag partijen genoemd worden zijn enkel technocratische kiesmachines die nagenoeg allemaal hetzelfde sociaal-economische programma nastreven, op een paar sociale, groene, conservatieve of nationalistische accenten na. Wat onze generatie heeft leren kennen als partijpolitiek, is eigenlijk helemaal geen politiek meer, maar neoliberaal maatschappelijk management zonder enig ideologisch of maatschappelijk relevant debat. De jongeren van vandaag hebben nooit parlementaire partijen gekend met een massale ledenbasis waar je echt actief in kon militeren en waar de leden in zekere zin een invloed konden hebben op de werking van de partij. Doordat we nooit anders gekend hebben, heeft deze generatie dus het vertrouwen in de politiek ook niet "verloren". Daardoor denk ik dat teveel jongeren een cynische levensvisie zijn aangeleerd en dat soort non-democratie als "normaal" zijn gaan beschouwen.



Toch zie je sinds een tweetal jaar een kentering. Veel van mijn generatiegenoten die vroeger afstandelijk waren tegen alles wat politiek was, lijken zich dikwijls kritischer te gaan opstellen. De crisis van het kapitalisme heeft wel degelijk een laag jongeren terug wakker geschud. Door de depolitisering van de politiek zoekt deze nieuwe generatie kritische jongeren voorlopig andere wegen van verzet en politiek engagement, vaak bestempelen ze zichzelf zelfs als apolitiek of anti-politiek, zoals veel jongeren binnen de indignados en de occupy-beweging. Dit is naar mijn mening echter een interne tegenstelling; elke vorm van georganiseerd verzet tegen de gang van zaken is per definitie politiek. Hoe deze laag nieuwe bewuste jongeren zich in de toekomst verder gaat organiseren zal de toekomst uitwijzen, maar verdwijnen zullen ze niet. In die zin zijn de door humo aangehaalde jongeren de generatie van het nabije verleden. De indignados zijn de jongeren van de nabije toekomst. De sociale onrust onder jongeren werd overigens als een van de belangrijkste gevaren bestempeld voor 2012 door het WEF. Mocht ik traditioneel politicus zijn, ik zou toch beginnen wakker liggen.

Monday, January 30, 2012

Visie op Europa 1

De Europese Unie, en zeker de Eurozone, is in eerste plaats een neoliberaal project. Friedrich Von Hayek , één van de meest reactionaire pro-kapitalistische economen, schreef in 1939 reeds dat democratie een probleem vormde voor de vrije markt economie. Ten einde de vrije markt te verzekeren en democratische controle over de economie te vermijden zouden natiestaten niet meer voldoen, omdat ze te gevoelig waren voor druk van de bevolking, via algemene stakingen , stemrecht, etc. Hij stelde toen al dat een bovenstatelijke organisatie van het beleid de beste manier was om de private economische belangen - en in het geval van de Eurozone/EU vooral de kapitalistische klasse in de oorspronkelijke 6 stichtende landen - te vrijwaren.

Via de Europese unie drijft men al jaren een beleid door in het belang van het kapitaal, zonder dat daar publieke controle tegenover bestaat. Voor de nationale bedrijfsleider en politici is Europa zo een perfect excuus om een recht beleid te voeren en onze sociale rechten stelselmatig aan te vallen, denk maar aan de opgelegde privatiseringen van de openbare diensten, de liberalisering van de dienstensector, de Boulogne hervormingen, etc. En zelfs wanneer men op nationaal niveau een ander beleid zou willen voeren houdt Europa die landen in een wurggreep. Denk maar aan Griekenland, waar de Europese Raad eigenhandig een referendum verbood in Griekenland, of het feit dat ze 2 staatshoofden afzette en verving door vertegenwoordigers van Goldman Sachs in Griekenland en Italië, in Griekenland ging men zelfs zo ver om programmapunten op te leggen aan de oppositiepartijen in ruil voor 'hulp'.

De 'hulp' die Europa aan de schuldenlanden geeft is overigens een farce. Ten eerste zijn die landen in problemen gekomen door enerzijds de financiële crisis en anderzijds het Europees beleid. Als er dus een schuldige was, was het een op Duitse leest geschoeide Centrale bank beleid, speculatie van Noord-West-Europese banken, een Noord-West Europese industrie die in het zuiden markten zocht op basis van krediet, een vrije markt zonder bescherming van de plaatselijke economie en een enorm besparingsbeleid op vlak van de Duitse (en Benelux) lonen dat de Zuiderse competitiviteit volledig ondergroef en hun economie ruïneerde. Die situatie heeft ervoor gezorgd dat dat Portugal, Ierland en Griekenland uiteindelijk speelbal werden van gokkende speculanten en ze hulp moesten vragen aan de Europese instellingen om hun staatsschuld te kunnen blijven afbetalen.



Over die 'hulp' zelf vallen twee belangrijke dingen te zeggen. Ten eerst gaat het niet om hulp aan die landen, maar is het Europese geld bedoeld om de schulden af te betalen aan Franse en Duitse banken die geïnvesteerd hadden in die landen. Geld van Noord-Europa gaat dus via Zuid-Europa naar Noord-Europese banken, Zuid-Europa ziet daar niets van; eigenlijk zou het duidelijker zijn moest Duitsland dat geld direct moeten geven aan die Duitse banken, maar dat krijgt Merkel natuurlijk moeilijker verkocht aan haar eigen kiezers en kan de media de schuld niet geven aan die 'corrupte, luie' Zuid-Europeanen. Als Zuid-Europa dan al niets van die hulp ziet, ze moet ze wel cash betalen; enerzijds via rentes die 4 keer hoger liggen dan die die door de ECB aan de banken geleend worden, anderzijds door het volledig verdwijnen van elke schijn van democratie in deze landen. Het bestuur wordt, als ware het een kolonie, doorgegeven aan het beruchte IMF en de ECB; weg volkssoevereiniteit, weg inspraak van de bevolking. De EU organiseert er een sociale oorlog zonder voorgaande die de bevolking tot armoede degradeert. In Griekenland zijn er ondertussen al tientallen gevallen bekend van leerlingen die flauw vallen op school door ondervoeding, en dat in de bakermat van de Europese "beschaving".



Het besparingsbeleid dat de EU vandaag oplegt zal de problemen bovendien enkel nog verergeren. Het zal de tegenstellingen binnen de EU verder opdrijven, en zal een uiteindelijke ineenstorting van de Eurozone onvermijdelijk maken. Wat mij verbaast en verontrust, zowel onder jongeren als onder de hele bevolking, is dat er vandaag slechts 2 strekkingen gezien worden, ofwel onkritisch 'pro-europa', ofwel uitgespuwd reactionair euroscepticisme. Ik behoor tot geen enkel van de twee strekkingen. Ik ben een groot tegenstander van de EU zoals we die nu kennen, ik ben ook geen voorstander voor dit kadaver 'sociaal te hervormen', voor mij moet het verdwijnen. Maar ik ben ook geen nationalistische euroscepticus.

Een unie kan enkel bestaan op basis van solidariteit en gemeenschappelijke identiteit. Een Europese unie in het belang van de meerderheid kan enkel bestaan wanneer deze net NIET op een vrije interne markt gebaseerd is, maar op een democratisch beheerde economie op Europese schaal, die rekening houdt met de verschillende ontwikkelingen, en op basis daarvan een sociaal redistributief beleid op Europese schaal kan voeren dat daarop inspeelt. Dat is natuurlijk vandaag iets dat heel utopisch klinkt. Een eerste stap in die richting is sowieso het streven naar een eengemaakte Europese sociale strijd voor onze gemeenschappelijke sociale rechten. En hoewel de sociale strijd in eerste plaats lokaal gevoerd dient te worden, een goede stap in die richting lijkt mij te streven naar de opbouw van een eerste Europese Algemene staking tegen het huidige besparingsbeleid.

Sunday, January 29, 2012

#30J Gerenomeerde economen ook tegen besparingen

Verschillende gerenommeerde economen hebben serieuze kritiek op het besparingsbeleid van de EU, en stellen dat het regelrecht naar de afgrond leidt. Hier bundel ik enkele citaten van Stiglitz, Krugman, Roubini en De Grauwe.

In het debat rond de staking van maandag #30J gaat het bijna nooit om de inhoud. De redenen van de staking worden bijna steeds weggelaten of enkel gefocust op de pensioenen. Als er echter al over de inhoud gesproken wordt; dan nog stelt men de besparingen op zich niet in vraag, maar heeft men het enkel over "sociaal besparen" of over "andere inkomsten". Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de afschaffing van de notionele interest-aftrek en de invoering van een miljonairstaks. Hoewel het zeker stappen in de goede richting zouden zijn - omdat op die manier tenminste de lasten niet bij de zwaksten komen te liggen - blijven ze meegaan in het idee dat er moet bespaard worden en dat er gestreefd moet worden naar het op orde krijgen van de schulden.

Ik ga daarentegen helemaal niet akkoord met het idee dat er moet bespaard worden. Deze besparingen zullen de economie immers in recessie duwen. Op een ander moment wil ik mijn eigen (radicalere) visie hierover wel uitleggen, maar hier wil ik vooral bewijzen dat besparingen helemaal niet "noodzakelijk" zijn, en dat de kwestie van besparingen of extra taxen op zich in vraag gesteld moet worden. Ook daarvoor is de staking van #30J belangrijk. Om dit te ondersteunen laat ik 4 gerenommeerde economisten aan het woord: Stiglitz, Krugman, Roubini en De Grauwe.

Besparingen zijn wederzijds zelfmoordpact

"De Europese regeringen hebben een zelfmoordpact getekend, de opgelegde fiscale besparingsplannen zullen hun economieën doen in elkaar storten.
Het doet me denken aan een middeleeuws medicijn. Het werkt zoals aderlaten, waarbij je bloed aftapte van een patiënt vanwege de theorie dit zou helpen tegen de slechte geesten. Het gevolg was dat de patient meestal nog zieker werd. Het antwoord was nog meer aderlaten, tot de patient er nagenoeg aan stierf. Wat vandaag gebeurd in Europa is een wederzijds zelfmoordpact. "

"Onder economen gaat de discussie nu over de beste wijze voor de beëindiging van de Euro. Dit zal het gevolg zijn van volksopstand. De jonegrenwerkloosheid in Spanje ligt ondertussen boven de 40% sinds 2008. Hoe lang zal dit nog getolereerd worden? Het beleid van de regering is nog meer van hetzelfde medicijn, maar met een nog sterkere dosis. "

Prof. Dr. Joseph Stiglitz, Nobelprijs Economie 2001, Columbia University

Ideologen proberen crisis te hijacken voor hun eigen agenda's

"Het idee bestaat er zogezegd in, dat de crisislanden in problemen zijn gekomen omdat ze gebukt zouden gaan onder hoge overheidsuitgaven. Maar de feiten spreken dat tegen."
"De staten die vandaag in crisis zijn hebben geen grotere welvaartstaat dan de staten die het voorlopig wel goed. Als er al een relatie zou zijn is het net tegenovergesteld. Zweden bijvoorbeeld, met zijn gekende hoge uitkeringen, is een sterspeler, een van de weinige landen die vandaag een hoger BBP hebben dan voor de crisis. Ondertussen waren de "sociale uitgaven" , - de uitgaven op vlak van sociale zekerheid in percentage van het BBP -, in alle probleemlanden lager dan in Duitsland, laat staan Zweden. "

"Iets anders dat je moet weten over de huidige crisis is dat besparingen overal waar ze ooit zijn uitgevoerd een mislukking zijn geweest. Geen enkel land met significatieve schulden is er ooit in geslaagd om zich via besparingen terug in de "goodwill" van de financiele markten te geraken. Ierland bijvoorbeeld, dat tot voor kort het lichtend voorbeeld was van Europa, heeft zijn schuldproblemen beantwoordt met barbaarse besparingen die de werkloosheid opdreven tot 14 procent. Toch blijven de intresten op haar leningen hoger liggen dan 8 procent. Ze doet het daarmee slechter dan Italië."

"De moraal van het verhaal is dus dat we moeten opletten voor ideologen die de Europese Crisis proberen te hijacken voor hun eigen agenda's."

Prof. Dr. Paul Krugman, Nobelprijs Economie 2001, Princeton University, London School of Economics

"no pain, no gain" verergert problemen

"De "no pain no gain" (geen pijn, geen vooruitgang) attitude van Europa om de schuldencrisis op te lossen riskeert de problemen in het blok te verergeren door de groei te vermorzelen die zo noodzakelijk is om belastingen te kunnen ophalen om de schuldgraad te verminderen."

"De uitkomst van de Europese toppen kunnen nutteloos blijken als de lidstaten blijven focussen op budgettaire discipline en besparingen."

Prof. Dr. Nuriel Roubini, New York University

Europese Commissie is God niet

"De Europese Commissie is God niet en dus niet onfeilbaar. Ze is even feilbaar als de nationale regeringen. We moeten dus als burgers even sceptisch staan tegenover de beslissingen van de Europese Commissie als tegenover die van nationale regeringen.
Als de nationale productie daalt, dalen ook de belastinginkomsten van de staat, en stijgen de uitgaven (werkloosheidsuitgaven bijvoorbeeld). Het gevolg is dat het begrotingstekort automatisch toeneemt. Dat is een automatisme dat gelukkig is ingebouwd in de begroting. Dit automatisme is goed onder meer omdat het toelaat dat de mensen die hun baan verliezen toch een menswaardig bestaan kunnen leiden. Het is ook goed omdat het stabiliserend werkt. Het tekort zorgt ervoor dat er koopkracht in de economie wordt gestoken die de neergaande beweging van de economie gedeeltelijk corrigeert."

"Als een regering tijdens een recessie gedwongen wordt om minder uit te geven en meer belastingen te heffen, dan is het effect daarvan dat de recessie intenser wordt, waardoor de belastinginkomsten dalen. Het budgettaire tekort daalt dan nauwelijks, en de schuldratio (de verhouding overheidsschuld/bbp) stijgt omdat de noemer in die breuk daalt. Dit effect heeft het laatste jaar volop gespeeld in landen van de periferie van de eurozone die in het midden van een ernstige recessie gedwongen werden om hun budgettaire saneringen te intensifiëren. De budgettaire situatie en de schuldpositie van die landen is nu vergeleken met een jaar geleden slechter."

"De enige beslissingsstructuur die kan werken is die waarin de Europese Commissie de politieke kosten van haar beslissingen draagt. En daar staan we nog heel ver van. "

Prof. Dr. Paul De Grauwe, London School of Economics, Em. Prof. KULeuven
_____________
1. http://www.telegraph.co.uk/finance/financialcrisis/9019819/Stiglitz-says-European-austerity-plans-are-a-suicide-pact.html
2. http://www.nytimes.com/2011/11/11/opinion/legends-of-the-fail.html?_r=1
3. http://www.reuters.com/article/2011/12/14/us-europe-austerity-idUSTRE7BD0OY20111214?feedType=RSS&feedName=businessNews&utm_source=dlvr.it&utm_medium=twitter&dlvrit=56943
4. http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=313KPOAT