Gisteren was rechts Vlaanderen er als de kippen bij om de aanbevelingen van de Europese Commissie toe te juichen. Zij zagen in deze aanbevelingen als de reflectie van hun programma, en in de Europese commissie een onafhankelijke rechter die hun gelijk moest staven. In hun eerste punt hebben ze uiteraard wel gelijk, het tweede punt iets minder.
De conclusies uit het rapport van de Europese Commissie klinken als een afgezaagd deuntje. België zou de indexering van de lonen moeten afschaffen, de pensioenleeftijd verhogen en fors moeten besparen. Dit alles zou ervoor moeten zorgen dat België competitiever wordt en de uitdagingen van de toekomst zou aankunnen. Het rapport leest daarmee inderdaad als een kopie van de partijprogramma’s van Open-Vld, de NVA en LDD, zoals deze terecht aanhaalden. Blijkbaar vindt men herhaling het beste middel om dogma's in te prenten. En blijkbaar werkt het, want behalve door het ABVV werden in Vlaanderen nagenoeg geen vragen bij de conclusies van het rapport gesteld.
Het rapport rammelt nochtans aan alle kanten wanneer het van dichterbij wordt bekeken, wanneer we de algemeen aangenomen economische dogma’s van deze tijd even terzijde laten. Het merendeel van de voorgestelde maatregelen zijn immers een product van de neoklassieke kijk op de economie. Uit die ‘neoklassieke’ modellen haalt men dan ‘wetenschappelijk’ correcte conclusies, terwijl men even vergeet dat die modellen gebaseerd zijn op principes die voor sterke discussie vatbaar zijn; voor zover het zelfs niet enkel louter theoretische constructies betreft die nauwelijks met de realiteit te maken hebben.
Maar zelfs dan nog… Neem bijvoorbeeld het hedendaagse dogma van de competitiviteit. Men kijkt telkens zeer eenzijdig naar dit begrip, daarenboven is de Commissie schijnbaar blind voor wat de gevolgen zijn van het centraal plaatsen van dergelijke competitiviteit. Competitiviteit slaat op de efficiëntie van productie, die op haar beurt welvaart en exportmogelijkheden bepaalt. Die efficiëntie van de productie wordt bepaalt door de kostprijs van een product. In die kostprijs van een product zit inderdaad de loonkosten. Wanneer de lonen dus verlaagd zouden worden zou onze productie ongetwijfeld competitiever worden. Duitsland kent vandaag daardoor een sterke exportgroei, maar die algemene exportgroei gaat wel ten koste van heel wat sociaal welzijn van een groot deel van de bevolking, denk maar aan de waarschuwingen van Gunter Wallraf ten aanzien van het Duitse model deze week.
Men zwijgt in de discussie over competitiviteit echter steeds in alle toonaarden over de andere kosten die eveneens in de productie vervat zitten. De compitiviteit van een product wordt immers niet enkel bepaald door de arbeidskosten, maar ook door de kosten voor kapitaal en de efficiëntie van technologie. Deze kosten zijn voor ons land overigens veel belangrijker geworden. België is, net als Duitsland overigens, een kapitaalintensieve economie. Dat wil zeggen dat er in onze landen relatief veel kapitaal – in de vorm van machines, informatica, opleiding - gebruikt wordt per arbeider in een product. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld China; waar de productie veel arbeidsintensiever is. Die kapitaal-intensiviteit is bovendien nog hoger wanneer het exportgerichte sectoren betreft. De export gerichte chemie en de autoassemblage zijn logischerwijs veel kapitaalintensiever dan de lokaal gerichte horeca of gezondheidszorg.
De kost van de productie in onze economieën, én dus onze competitiviteit, hangt dus voor het grootste deel niet af van de loonkosten, maar van de kost van kapitaal – de winstniveaus – en de efficiëntie – technologie - met dewelke deze ingezet worden.
Wanneer onze productie dus niet competitief zouden zijn heeft dat dus veel meer te maken met de hoge winstmarges die de bedrijven op hun productie nemen, en het gebrek aan investeringen in R&D. Daar wringt trouwens het schoentje voor de Belgische competitiviteit.
Uit alle statistieken blijkt dat nze economie achterloopt op investeringen in infrastructuur, onderwijs, onderzoek en ontwikkeling. Zo ligt het percentage dat vandaag in onderwijs en R&D wordt geïnvesteerd veel lager dan in de jaren ’80. De middelen voor onderwijs daalden van 7 procent naar 4,9 procent van het BBP, terwijl de investeringen in R&D onder het EU-gemiddelde liggen. Ook de inkomsten uit kapitaal stegen de laatste decennia in percentage van het BBP, terwijl de lonen relatief achteruit gingen. Stellen dat de lonen, en dus het indexmechanisme en de pensioenleeftijd, het probleem vormen in onze competitiviteit is wel een sterk verkleurde visie op de waarheid; gepresenteerd als economische wetenschap.
De discussie over competitiviteit met het buitenland is dus een manier voor rechts en de Europese Commissie om “het buitenland” te gebruiken in een krachtmeting om de verdeling van de welvaart tussen 2 economische klasse. Het gevolg van de voorgestelde hervormingen betekent immers een transfer van rijkdom van arbeid naar kapitaal, van lonen naar winsten.
Het cynische is dat door dit soort rapporten en het Europese besparingsbeleid in het algemeen vaak een nationalistische reflex ontstaat bij de getroffen lagen van de bevolking. Toch bestaat de enige oplossing erin om de verdeel en heers-strategie te counteren en de internationalisering van de aanvallen op de sociale verworvenheden en lonen te beantwoorden met een eengemaakt Europees verzet van diegenen die erdoor getroffen worden. Wanneer ook de buurlanden hun lonen verdedigen kan men onder dat voorwendsel ook de onze niet verlagen. Enkel op die wijze kan een race to the bottom omgekeerd worden…
Wednesday, June 8, 2011
Monday, June 6, 2011
Portugal: Rechts winst schijnverkiezingen
Zondag werden in Portugal verkiezingen georganiseerd tegen de achtergrond van de IMF-besparingen. De liberale Partido Social Democrata van Pedro Passos Coelho – én Europees Commissievoorzitter Barroso – won met 38 procent van de stemmen. De PS van uittredend premier socrates haalde 28 procent van de stemmen. Veel meer dan een stoelendans zullen deze verkiezingen echter niet betekenen.

Een Portugese syndicaliste verwoorde het zo: “Deze verkiezingen zijn als de opruiming van een zolder; je verschuift wat dingen van de ene kant naar de andere kant, het ziet er wat anders uit, er ligt weer iets minder stof, maar uiteindelijk blijft dezelfde rommel staan.” Dit was ook het animo bij een grote meerderheid van de bevolking. Ondanks de overwinning van ‘rechts’ valt immers de grote misnoegdheid op over de politieke situatie op: 41 procent is niet eens gaan stemmen.
Veel échte keuze hadden de Portugezen dan ook niet, de schuldencrisis en de maatregelen van het IMF en de Europese instellingen hadden hun potentiele inspraak immers volledig uitgehold. De 3 grote partijen, de enige drie partijen die in het post-revolutionaire tijdperk in de regering zaten (PS, PSD en CDS-PP), hadden immers hun programma moeten aanpassen aan de dictaten van de Trojka (IMF, EC en ECB) die de “hulp” aan Portugal moet overzien. Het opleggen van het programma door die partijen was immers een voorwaarde voor de ‘hulp’ van Portugal, die diende om de banken overeind te houden.
Mede als gevolg daarvan was er nagenoeg geen enkel verschil meer tussen de programma’s van beide regeringspartijen. Alle drie hadden ze reeds aangekondigd dat de bevolking zou moeten opdraaien voor de crisis; massale extra besparingen zullen de vorige moeten opvolgen (zie vorige artikels hierover). De keuze ging dus enkel nog om retoriek en gezichten. Ondanks zijn welbespraaktheid en de schijnoproep naar linkse kiezers onder de mom van ‘het minste kwaad’, heeft uittredend premier Socrates het toch moeten afleggen, eerder vanwege de zweem van corruptie en leugens rond zijn persoon dan dat de Portugese bevolking in Passos Coelho een echt alternatief ziet. Het ziet er dus naar uit dat er een coalitieregering komt van PSD en CDS, of zeggen we beter een tripartite van IMF-ECB-EC?
Links
Het resultaat van radicaal-links was niet om naar huis te schrijven. De communistische partij consolideerde rond haar traditionele 8 procent van trouwe kiezers, maar kon ondanks haar vrij goede programma en de uitzonderlijke omstabndigheden niet echt vooruitgang boeken. Het Links Blok viel zelfs terug in stemmenaantal tot 5,2 procent. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de oproep tot een “nuttige stem” op het schijnlinks van de PS, maar ongetwijfeld ook door eigen foute oriëntatie; zoals een gebrek aan duidelijkheid van oriëntatie op de strijdbewegingen, én zeker de steun aan Manuel Allegre bij de vorige presidentsverkiezingen – die kandidaat was voor de PS.
Ondanks de nederlaag lijken beide linkse partijen, alleszins in woorden, juiste conclusies te trekken. Francisco Louça, voorzitter van het links blok stelde dat: “de komende jaren er zullen zijn van strijd, Links zal moeten leren uit die strijd en zelf in strijd gaan… het is de strijd die ons zal versterken.” De Communistische partij stelde dan weer dat “We moeten vertrouwen hebben in het verzet van de miljoenen Portugezen, in de arbeiders en jeugd die zich willen… We moeten vertrouwen hebben in die strijd voor de verdediging van rechten en jobs, tegen onzekere contracten, voor degelijke lonen en pensioenen… om de banken, grote fortuinen en economisch groepen de crisis te laten betalen die ze zelf veroorzaakten. In die strijd mag je de strijdbare en coherente aanwezigheid van de PCP verwachten.” Het komt er nu op aan dat de linkse partijen erin slagen om het broeiende verzet te verenigen. Want net als in spanje en Griekenland beginnen ook jongeren op straat te komen in pleinbezettingen – én was er al de 15m beweging die 300.000 ongeorganiseerden op straat bracht en meespeelde in de val van de regering.

Een Portugese syndicaliste verwoorde het zo: “Deze verkiezingen zijn als de opruiming van een zolder; je verschuift wat dingen van de ene kant naar de andere kant, het ziet er wat anders uit, er ligt weer iets minder stof, maar uiteindelijk blijft dezelfde rommel staan.” Dit was ook het animo bij een grote meerderheid van de bevolking. Ondanks de overwinning van ‘rechts’ valt immers de grote misnoegdheid op over de politieke situatie op: 41 procent is niet eens gaan stemmen.
Veel échte keuze hadden de Portugezen dan ook niet, de schuldencrisis en de maatregelen van het IMF en de Europese instellingen hadden hun potentiele inspraak immers volledig uitgehold. De 3 grote partijen, de enige drie partijen die in het post-revolutionaire tijdperk in de regering zaten (PS, PSD en CDS-PP), hadden immers hun programma moeten aanpassen aan de dictaten van de Trojka (IMF, EC en ECB) die de “hulp” aan Portugal moet overzien. Het opleggen van het programma door die partijen was immers een voorwaarde voor de ‘hulp’ van Portugal, die diende om de banken overeind te houden.
Mede als gevolg daarvan was er nagenoeg geen enkel verschil meer tussen de programma’s van beide regeringspartijen. Alle drie hadden ze reeds aangekondigd dat de bevolking zou moeten opdraaien voor de crisis; massale extra besparingen zullen de vorige moeten opvolgen (zie vorige artikels hierover). De keuze ging dus enkel nog om retoriek en gezichten. Ondanks zijn welbespraaktheid en de schijnoproep naar linkse kiezers onder de mom van ‘het minste kwaad’, heeft uittredend premier Socrates het toch moeten afleggen, eerder vanwege de zweem van corruptie en leugens rond zijn persoon dan dat de Portugese bevolking in Passos Coelho een echt alternatief ziet. Het ziet er dus naar uit dat er een coalitieregering komt van PSD en CDS, of zeggen we beter een tripartite van IMF-ECB-EC?
Links
Het resultaat van radicaal-links was niet om naar huis te schrijven. De communistische partij consolideerde rond haar traditionele 8 procent van trouwe kiezers, maar kon ondanks haar vrij goede programma en de uitzonderlijke omstabndigheden niet echt vooruitgang boeken. Het Links Blok viel zelfs terug in stemmenaantal tot 5,2 procent. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de oproep tot een “nuttige stem” op het schijnlinks van de PS, maar ongetwijfeld ook door eigen foute oriëntatie; zoals een gebrek aan duidelijkheid van oriëntatie op de strijdbewegingen, én zeker de steun aan Manuel Allegre bij de vorige presidentsverkiezingen – die kandidaat was voor de PS.
Ondanks de nederlaag lijken beide linkse partijen, alleszins in woorden, juiste conclusies te trekken. Francisco Louça, voorzitter van het links blok stelde dat: “de komende jaren er zullen zijn van strijd, Links zal moeten leren uit die strijd en zelf in strijd gaan… het is de strijd die ons zal versterken.” De Communistische partij stelde dan weer dat “We moeten vertrouwen hebben in het verzet van de miljoenen Portugezen, in de arbeiders en jeugd die zich willen… We moeten vertrouwen hebben in die strijd voor de verdediging van rechten en jobs, tegen onzekere contracten, voor degelijke lonen en pensioenen… om de banken, grote fortuinen en economisch groepen de crisis te laten betalen die ze zelf veroorzaakten. In die strijd mag je de strijdbare en coherente aanwezigheid van de PCP verwachten.” Het komt er nu op aan dat de linkse partijen erin slagen om het broeiende verzet te verenigen. Want net als in spanje en Griekenland beginnen ook jongeren op straat te komen in pleinbezettingen – én was er al de 15m beweging die 300.000 ongeorganiseerden op straat bracht en meespeelde in de val van de regering.
Friday, May 27, 2011
Verjaagd worden de verworpenen der aarde
Beste Louis,
Blijkbaar behoor ik tot een nieuwe generatie die u onwetendheid en tekort aan engagement verwijt. Ik neem dan ook de uitdaging aan om u van antwoord te dienen.
Vooreerst lijkt uw column geschreven uit frustratie. Dat lijkt logisch gezien de belabberde toestand die uw partij de laatste weken vertoonde. Nadat bekend werd dat uw witte ridder tegen de bankbonussen zelf 250.000 euro ontving van KBC, maakte uw partij op zijn minst een belabberde beurt in parlement rond het IPA, de amnestie-kwestie en de gezinshereniging.
Dat u zich daarom maar tegen de ‘jongeren’ keert is echter wel verbazend, zeker wanneer het de Spaanse jongeren betreft die vandaag in Tahrir-stijl geconfronteerd worden met de matrakken van de Guardia Civil. Die jongens en meisjes hebben vandaag wat anders aan het hoofd dan de pil van uw generatie, hun toekomst lijkt gehypothekeerd door de crisis. Wanneer jongeren op straat wanneer zij geconfronteerd worden met 40 procent jeugdwerkloosheid, dan is het toch de taak van socialisten om aan hún kant de staan, én niet aan de kant van Zapatero en Dominique Strauss Kahn.
Maar om terug te komen op uw partij: volgens u ligt de fout bij de ‘grote denkers’ van uw partij die geen moeite meer doen om uw ideologie te formuleren. Ik merk nochtans weinig terughoudendheid bij die grote denkers in de formulering van die ideologie. Ik hoor uw voorzitter deze week duidelijk pleiten voor de harde aanpak van werklozen, terwijl uw partij de ‘welvaartswerkers’ dient te steunen.
Het Belgische socialisme is er nooit één geweest van grote denkers. Wanneer ze al een opstonden, moesten ze, zoals Hendrik Deman, snel op de blaren terug gaan zitten. Het socialisme is in België steeds de ideologie van de arbeidersklasse geweest, van de verworpenen der aarde. Het was de ideologie van de strijd tegen het kapitalisme. Dat schijnen de huidige grote denkers echter vergeten te zijn. In het spel om de macht heeft uw partij de heersende ideologie van rechts Vlaanderen overgenomen. Zoals elke socialist weet: die heersende ideologie is de ideologie van de heersende klasse.
De laatste kleine denkers hebben ondertussen, met het laatste restje rood, uw partij verlaten. Samen met de honderden syndicalisten en socialisten die uw partij de rug toekeerden vervoegen ze nu de jongeren die nooit tot uw partij toetraden. De jongere generatie heeft in uw partij nooit meer een partij gezien om de wereld te veranderen.
Ons rest nu de taak het socialisme terug tot leven te wekken, omdat onze ideologie nog nooit zo relevant was. Want als de Spaanse jongeren vandaag niet rood meer worden, wanneer ze hun woede uiten tegen de gigantische werkloosheid en grote ongelijkheid, dan is dat de schuld van de socialisten vóór ons. Ons rest nu de taak om duidelijk te maken dat socialisme iets anders is dan ‘de markt omarmen’, dat het iets anders is dan de ideologie van Mubarak, Ben Ali, DSK en Zapatero.
Sta mij u te zeggen dat veel jonge socialisten, incluis mezelf, zich engageren. U snapt echter wellicht ook dat die zware taak die we voor ons hebben - de verdediging van het socialisme - nooit zullen kunnen combineren met een engagement binnen uw partij. De nood aan een partij is er echter wél, hopelijk ontstaat er daarom een politieke opening ter linkerzijde van uw partij, zodat mensen, wanneer ze op straat komen tegen de werkloosheid en ongelijkheid ook niet nog eens politiek dakloos blijken.
Groeten,
Jonas
Blijkbaar behoor ik tot een nieuwe generatie die u onwetendheid en tekort aan engagement verwijt. Ik neem dan ook de uitdaging aan om u van antwoord te dienen.
Vooreerst lijkt uw column geschreven uit frustratie. Dat lijkt logisch gezien de belabberde toestand die uw partij de laatste weken vertoonde. Nadat bekend werd dat uw witte ridder tegen de bankbonussen zelf 250.000 euro ontving van KBC, maakte uw partij op zijn minst een belabberde beurt in parlement rond het IPA, de amnestie-kwestie en de gezinshereniging.
Dat u zich daarom maar tegen de ‘jongeren’ keert is echter wel verbazend, zeker wanneer het de Spaanse jongeren betreft die vandaag in Tahrir-stijl geconfronteerd worden met de matrakken van de Guardia Civil. Die jongens en meisjes hebben vandaag wat anders aan het hoofd dan de pil van uw generatie, hun toekomst lijkt gehypothekeerd door de crisis. Wanneer jongeren op straat wanneer zij geconfronteerd worden met 40 procent jeugdwerkloosheid, dan is het toch de taak van socialisten om aan hún kant de staan, én niet aan de kant van Zapatero en Dominique Strauss Kahn.
Maar om terug te komen op uw partij: volgens u ligt de fout bij de ‘grote denkers’ van uw partij die geen moeite meer doen om uw ideologie te formuleren. Ik merk nochtans weinig terughoudendheid bij die grote denkers in de formulering van die ideologie. Ik hoor uw voorzitter deze week duidelijk pleiten voor de harde aanpak van werklozen, terwijl uw partij de ‘welvaartswerkers’ dient te steunen.
Het Belgische socialisme is er nooit één geweest van grote denkers. Wanneer ze al een opstonden, moesten ze, zoals Hendrik Deman, snel op de blaren terug gaan zitten. Het socialisme is in België steeds de ideologie van de arbeidersklasse geweest, van de verworpenen der aarde. Het was de ideologie van de strijd tegen het kapitalisme. Dat schijnen de huidige grote denkers echter vergeten te zijn. In het spel om de macht heeft uw partij de heersende ideologie van rechts Vlaanderen overgenomen. Zoals elke socialist weet: die heersende ideologie is de ideologie van de heersende klasse.
De laatste kleine denkers hebben ondertussen, met het laatste restje rood, uw partij verlaten. Samen met de honderden syndicalisten en socialisten die uw partij de rug toekeerden vervoegen ze nu de jongeren die nooit tot uw partij toetraden. De jongere generatie heeft in uw partij nooit meer een partij gezien om de wereld te veranderen.
Ons rest nu de taak het socialisme terug tot leven te wekken, omdat onze ideologie nog nooit zo relevant was. Want als de Spaanse jongeren vandaag niet rood meer worden, wanneer ze hun woede uiten tegen de gigantische werkloosheid en grote ongelijkheid, dan is dat de schuld van de socialisten vóór ons. Ons rest nu de taak om duidelijk te maken dat socialisme iets anders is dan ‘de markt omarmen’, dat het iets anders is dan de ideologie van Mubarak, Ben Ali, DSK en Zapatero.
Sta mij u te zeggen dat veel jonge socialisten, incluis mezelf, zich engageren. U snapt echter wellicht ook dat die zware taak die we voor ons hebben - de verdediging van het socialisme - nooit zullen kunnen combineren met een engagement binnen uw partij. De nood aan een partij is er echter wél, hopelijk ontstaat er daarom een politieke opening ter linkerzijde van uw partij, zodat mensen, wanneer ze op straat komen tegen de werkloosheid en ongelijkheid ook niet nog eens politiek dakloos blijken.
Groeten,
Jonas
Friday, May 6, 2011
Eurosong: Homens da Luta
Ik heb niet gewoonte om erg veel aandacht te geven aan licht entertainment, laat staan dus het Eurosongfestival. Dit jaar is er echter een opvallende inzending uit Portugal. "Homens da Luta" - De mannen van de strijd - brengen een nummer dat de draak steekt met het festival, en tegelijktijd op een lichte wijze een politieke boodschap brengt. Wij zouden zelfs overwegen een stemoproep te doen voor dit nummer.
Homens da luta, Portugees voor "Mannen van de strijd", is een muzikaal project van 2 Portugese stand-up comedians, Vasco en Nuno duarte. Op een ludieke manier proberen zij via hun grappen en muziek-teksten een gezicht te geven aan de tradities van de portugese arbeidersbeweging en de klassenstrijd in het land. Niet toevallig is de titel van het nummer waarmee ze aan het songfestival deelnemen "A luta é alegria"; de strijd is een feest. De "socialistische village people", zo typeerden buitenlandse socialisten de Portugese inzending.
Hoewel de kledij van de groep vooral zinspeeld om de tradities van de anjerrevolutie in april 1974, is het thema van de inzending vandaag bijzonder actueel. Portugal werd na de financiële crisis immers slachtoffer van speculatie op de internationale markten, en werd daardoor geconfronteerd door massale besparingen. Sinds kort werd het land bovendien onder curatele van het IMF geplaatst.
De politieke boodschap die de Homens da Luta brengen werd niet bepaald geapprecieerd door de politieke elite in het land. Vorig jaar deden de broers mee aan de preselecties van Eurosong. Toen was dat met het nummer "Luta assim nao dá". De vertaling van refrein luidde toen:"Het zwijgend volk zal altijd misleid worden, daarom komt het volk op straat". Ondanks de populariteit van het nummer, werd het door de autoriteiten gediscualificeerd wegens "te politiek".
Ook vandaag was er uit allerhande hoeken misprijzen voor de groep, die de preselecties van de Portugese Eurosong won. Haar socialistische imago zou zogezegd wel eens een 'slecht beeld' kunnen geven van Portugal naar de buitenwereld. Daarnaast namen de Homens da Luta ook alle traditionele politici op de korrel. Zo maakten ze hun eigen interpretatie van het traditionele afscheidslied van de studenten over de univesiteitsstad Coimbra. Daarbij vervingen ze de naam van de stad door die van de ontslagnemende premier van Portugal: De tekst werd daarmee: "José Socrates, lijkt op zijn mooist, op het moment van de afscheid...", een regelrechte hit! - De laatste weken werd bovendien ook een gelijkaardige versie over het IMF gebruikt.
Ook, de naar alle waarschijnlijkheid toekomstige premier, Passos Coelho, van de liberaal-conservatieve PSD, kon al rekenen op een eigen satirisch lied. Naast op optredens zijn de "Homens da Luta" ook regelmatig terug te vinden op acties en betogingen. Zo animeerden ze op 25 april nog de betogingen ter ere van de april-revolutie, die in het teken stonden van het verzet tegen het IMF.
Voor hun muziekstijl, laten de stand-up-comedians zich onder andere inspirereren op de traditionele portugese muziekstijlen, fado en rancho. Wat teksten betreft zijn er dikwijls verwijzingen naar de legendarische Portugese protestzanger Zeca Afonso. Dit gaat samen met een kledingsstijl en taalgebruik die overdreven "ouvrieristisch" en "traditioneel revolutionair" is, maar daardoor extra grappig. Het Oeuvre van de broers, tot nu toe, is een perfecte combinatie dus van zelfrelativering, satire en een duidelijke politieke boodschap. Hoewel de inzending voor Eurosong één van hun muzikaal mindere nummers is, is het zeker het moment voor naar uit te kijken wanneer u toevallig naar het Eurosongfestival zou kijken.
De strijd is een feest
(Vertaling van a luta é Alegria)
Soms ben je depressief
Soms ben je wantrouwig
Soms ben je verontwaardigd
Soms ben je wanhopig
Of het nu nacht is of dag,
de strijd is een feest
Het volk gaat er slechts op vooruit,
wanneer ze schreeuwen op straat
Weinig zin heeft het om de riem steeds te laten spannen
Weinig zin heeft het om te zeuren
Weinig zin heeft het om zwaarmoedig te zijn
Weinig zin heeft het om woest te zijn
Of het nu nacht is of dag,
de strijd is een feest
Het volk gaat er slechts op vooruit,
wanneer ze schreeuwen op straat
En breng het brood, de kaas en de wijn
En laat de ouderen en jongeren komen
Com feesten, we zullen zingen tegen de reactie
Com feesten, we zullen zingen tegen de reactie
Er zijn er veel die zeggen van op te passen
Er zijn er veel die zouden willen laten zwijgen
Er zijn er velen die je doen wantrouwen
Er zijn er veel die lucht verkopen
Of het nu nacht is of dag,
de strijd is een feest
Het volk gaat er slechts op vooruit,
wanneer ze schreeuwen op straat
En breng het brood, de kaas en de wijn
En laat de ouderen en jongeren komen
Com feesten, we zullen zingen tegen de reactie
Com feesten, we zullen zingen tegen de reactie
De strijd gaat door...
http://youtu.be/OFdRHUye-3M
De video is het Eurosong nummer gefilmd op een camion op de betoging van 25 april
Monday, April 25, 2011
25-april vieringen tonen afkeer van het IMF
25 000 man trok maandag door de straten van Lissabon ter gelegenheid van de 37e verjaardag van de anjerrevolutie. Op het moment dat het IMF het land onder curratele heeft geplaatst, staan alle verworvenheden van de revolutie op het spel. Waar de revolutie tegen het fascisme op 25 april 1974, de samenleving deed beven en de basis vormde van de sociale verworvenheden van de Portugese arbeidersklasse staan die vandaag allemaal onder druk. De meerderheid van de slogans in de betoging ging dan ook in tegen de dictatuur van het grootkapitaal, de neoliberale EU en het IMF die de toekomst van de bevolking ruineert. Meer dan lijkt een nieuwe aprilrevolutie nodig.


Meer foto's: http://www.facebook.com/media/set/fbx/?set=a.10150162271766914.296954.563911913&l=104806d631


Meer foto's: http://www.facebook.com/media/set/fbx/?set=a.10150162271766914.296954.563911913&l=104806d631
Thursday, April 21, 2011
Eurocrisis maakt de nood aan socialisme tastbaarder dan ooit
De schuldencrisis in de Eurozone, een uitloper van de globale financiële crisis, woedt in alle hevigheid door. Ondanks pogingen vanuit de getroffen landen en de Europese Unie om 'de markten' te plezieren via zware besparingsplannen en garanties, blijven Portugal, Ierland en Griekenland aangevallen worden door speculanten. Voor die drie landen is de uitgifte van schuldpapier al onbetaalbaar geworden. Portugal was in april de derde lidstaat van de euro die zich moesten wenden tot het IMF en het Europees "reddingsfonds" EFSF voor noodfinanciering, met alle gevolgen vandien.
Wiens schuld? Wie betaalt?
Vaak wordt de bevolking van de landen in financiële nood aangeduid als schuldige voor de problemen. Duitse politici waren er als de kippen bij om de schuldenproblemen toe te schrijven aan de spilzucht en luiheid van de Griekse en Portugese zuiderlingen. Het leidde tot de absurde situatie dat rijke Duitse politici stellen dat Grieken die een pak minder dan 1000 euro per maand verdienen boven hun stand leven.
Het gecreeërde racisme rond de schuldenkwestie is ondertussen een gemakkelijke voedingsbodem geworden voor rechtse populistische partijen in Noord-Europa. Rechtse, nationalistische partijen proberen stemmen te halen op basis van campagnes tegen transfers van Noord- naar Zuid-Europa. De partij "de Ware Finnen" vervijfvoudigde haar stemmenaantal bij de verkiezingen van 4% naar 19%, onder andere op basis van een programma van weigering van Europese steun aan Portugal.
Het is echter niet de Ierse, Portugese of Griekse bevolking die verantwoordelijk is voor de hoge schuldgraad. De schuldproblematiek is een globaal probleem van het kapitalisme. Wereldwijd bedraagt de totale schuldgraad van gezinnen, bedrijven en staten vandaag meer dan 250% van de waarde van de jaarlijks geproduceerde rijkdom op wereldvlak. Sinds de jaren 70 heeft men de chronische overproductie-crisissen van het kapitalisme opgelost door massale schulduitgifte. Dit ging gepaard met de volledige vrijmaking van de financiële markten. Ter illustratie; het totaal aan beleggingen van de banken in Engeland bedroeg tussen 1870 en 1970 steeds rond de 50% van het BBP. Vandaag ligt dat boven de 600% van het BBP1. Ook in Griekenland en Portugal, maar vooral in het geval van Ierland en Ijsland, kwam daar sinds de recente crisis de reddingen van de banken bij. Net als in België gaven de overheden er miljarden uit om het banksysteem overeind te houden.
De reden waarom landen als Portugal en Griekenland eerst getroffen werden door de crisis, is omdat zij waren van het neoliberale beleid van de EU. Het was vooral de industrie in de Zuid-Europese landen - bijvoorbeeld textiel en schoenen, die daar gevestigd was voor de lage lonen - die door vrijhandel en neoliberale globalisering vertrok naar landen met nog lagere lonen. Het gevolg van de EU was een stijging van de prijzen en de werkloosheid voor de arbeidersklasse tegenover een vergroting van de afzetmarkten en buitenlandse investeringen voor de bedrijven.
Reddingsplan of besparingsplan?
Banken en Speculanten dwongen ondertussen Griekenland, Ierland en Portugal om aan te kloppen bij het IMF en het Europese noodfonds. Toen de Portugese sociaal-democratische regering het vijfde besparingsplan in Portugal niet door het parlement kreeg, viel ze en opende het ook daar de weg voor het IMF. De enorme besparingsplannen van de nationale regering bleken onvoldoende om 'de haaien' koest te houden. Nog voor de nieuwe verkiezingen, is het IMF, op vraag van de regering in lopende zaken, reeds in Portugal om het beleid uit tekenen.
De "hulp" van het IMF en de EU bestaat erin dat de getroffen landen kredietlijnen krijgen om hun schuld te herfinancieren, op die manier moeten de landen hun schulden aan de banken kunnen afbetalen. Aan die "hulp" zitten echter brutale 'conditionaliteiten' verbonden. Dit zijn de voorwaarden die aan de redding gekoppeld zijn. In praktijk betekent dat dat de 'troika' van de Europese Centrale bank, de Europese Comissie en het IMF nu directe controle over de landen verwerft. Concreet is het in Portugal nu het IMF dat de besparingsplannen oplegt; het parlement heeft niets meer te zeggen. Op die manier verdwijnt elke schijn van democratie die er nog was.
Het IMF zal verder besparen, en eigenhandig het laatste besparingsplan (PEC IV) opleggen in Portugal. Bovenop alle maatregelen die al waren getroffen, zoals de verlaging van de pensioenen en de massale privatiseringen, zal ook de BTW op voeding meer dan verdubbelen, zal de ontslagregeling vergemakkelijkt worden en zullen de werkloosheidsuitkeringen nog meer verkort worden. De Portugese arbeidersklasse zal hierdoor nog meer verarmen
Niet alleen betekent dit een sociaal drama, binnen het kapitalistisch systeem biedt dit helemaal geen oplossing op lange termijn. De torenhoge schuld zal immers niet verminderd worden en de maatregelen van het IMF zullen de economie nog verder in een recessie storten. En dat terwijl de economie de laatste 12 maanden reeds een negatieve groei kende. Eender welk perspectief op beterschap wordt dus afgenomen van de bevolking. Niet verwonderlijk dat steeds meer Portugese jongeren, net als hun Ierse lotgenoten hun families verlaten om in het buitenland een betere toekomst te zoeken.
Een socialistisch antwoord nodig
De besparingsplannen werden het afgelopen jaar meermaals van antwoord gediend door de arbeidersklasse en haar vakbonden. De privatiseringen werden beantwoord door sectoriële stakingen. Er waren verschillende nationale betogingen en een algemene staking. De inval van het IMF zorgde zelfs voor een kortstondige opheffing van het sectarisme tussen de linkse partijen in Portugal, het Links Blok en de communistische partij, voor overleg over een gemeenschappelijke standpunt. Toch is er vandaag geen duidelijk actieplan ter linkerzijde om de besparingen te stoppen en het IMF buiten te kegelen.
Onze Portugese kameraden, van Socialismo Revolucionario, zijn actief bezig daarvoor campagen te voeren. Er is nood aan een actieplan die de verschillende verzetsbewegingen verenigt. Het links blok, de PCP en de grootste vakbond, de CGTP moeten samenzitten om een regeringsalternatief voor de arbeidersklasse uit te werken op basis van een socialistisch programma. Dit dient afgedwongen te worden op basis van strijd, te beginnen met de opbouw van een nieuwe algemene staking met een perspectief om nadien de strijd verder te zetten. Zo'n socialistisch programma zou eruit bestaan alle besparingen te stoppen, de weigering om de staatsschuld terug te betalen aan de banken en de nationalisatie van de belangrijkste sectoren in de economie. Enkel op die basis kan een antwoord gegeven worden op het sociaal bloedbad, veroorzaakt door de crisis van het kapitalistische systeem.
Wiens schuld? Wie betaalt?
Vaak wordt de bevolking van de landen in financiële nood aangeduid als schuldige voor de problemen. Duitse politici waren er als de kippen bij om de schuldenproblemen toe te schrijven aan de spilzucht en luiheid van de Griekse en Portugese zuiderlingen. Het leidde tot de absurde situatie dat rijke Duitse politici stellen dat Grieken die een pak minder dan 1000 euro per maand verdienen boven hun stand leven.
Het gecreeërde racisme rond de schuldenkwestie is ondertussen een gemakkelijke voedingsbodem geworden voor rechtse populistische partijen in Noord-Europa. Rechtse, nationalistische partijen proberen stemmen te halen op basis van campagnes tegen transfers van Noord- naar Zuid-Europa. De partij "de Ware Finnen" vervijfvoudigde haar stemmenaantal bij de verkiezingen van 4% naar 19%, onder andere op basis van een programma van weigering van Europese steun aan Portugal.
Het is echter niet de Ierse, Portugese of Griekse bevolking die verantwoordelijk is voor de hoge schuldgraad. De schuldproblematiek is een globaal probleem van het kapitalisme. Wereldwijd bedraagt de totale schuldgraad van gezinnen, bedrijven en staten vandaag meer dan 250% van de waarde van de jaarlijks geproduceerde rijkdom op wereldvlak. Sinds de jaren 70 heeft men de chronische overproductie-crisissen van het kapitalisme opgelost door massale schulduitgifte. Dit ging gepaard met de volledige vrijmaking van de financiële markten. Ter illustratie; het totaal aan beleggingen van de banken in Engeland bedroeg tussen 1870 en 1970 steeds rond de 50% van het BBP. Vandaag ligt dat boven de 600% van het BBP1. Ook in Griekenland en Portugal, maar vooral in het geval van Ierland en Ijsland, kwam daar sinds de recente crisis de reddingen van de banken bij. Net als in België gaven de overheden er miljarden uit om het banksysteem overeind te houden.
De reden waarom landen als Portugal en Griekenland eerst getroffen werden door de crisis, is omdat zij waren van het neoliberale beleid van de EU. Het was vooral de industrie in de Zuid-Europese landen - bijvoorbeeld textiel en schoenen, die daar gevestigd was voor de lage lonen - die door vrijhandel en neoliberale globalisering vertrok naar landen met nog lagere lonen. Het gevolg van de EU was een stijging van de prijzen en de werkloosheid voor de arbeidersklasse tegenover een vergroting van de afzetmarkten en buitenlandse investeringen voor de bedrijven.
Reddingsplan of besparingsplan?
Banken en Speculanten dwongen ondertussen Griekenland, Ierland en Portugal om aan te kloppen bij het IMF en het Europese noodfonds. Toen de Portugese sociaal-democratische regering het vijfde besparingsplan in Portugal niet door het parlement kreeg, viel ze en opende het ook daar de weg voor het IMF. De enorme besparingsplannen van de nationale regering bleken onvoldoende om 'de haaien' koest te houden. Nog voor de nieuwe verkiezingen, is het IMF, op vraag van de regering in lopende zaken, reeds in Portugal om het beleid uit tekenen.
De "hulp" van het IMF en de EU bestaat erin dat de getroffen landen kredietlijnen krijgen om hun schuld te herfinancieren, op die manier moeten de landen hun schulden aan de banken kunnen afbetalen. Aan die "hulp" zitten echter brutale 'conditionaliteiten' verbonden. Dit zijn de voorwaarden die aan de redding gekoppeld zijn. In praktijk betekent dat dat de 'troika' van de Europese Centrale bank, de Europese Comissie en het IMF nu directe controle over de landen verwerft. Concreet is het in Portugal nu het IMF dat de besparingsplannen oplegt; het parlement heeft niets meer te zeggen. Op die manier verdwijnt elke schijn van democratie die er nog was.
Het IMF zal verder besparen, en eigenhandig het laatste besparingsplan (PEC IV) opleggen in Portugal. Bovenop alle maatregelen die al waren getroffen, zoals de verlaging van de pensioenen en de massale privatiseringen, zal ook de BTW op voeding meer dan verdubbelen, zal de ontslagregeling vergemakkelijkt worden en zullen de werkloosheidsuitkeringen nog meer verkort worden. De Portugese arbeidersklasse zal hierdoor nog meer verarmen
Niet alleen betekent dit een sociaal drama, binnen het kapitalistisch systeem biedt dit helemaal geen oplossing op lange termijn. De torenhoge schuld zal immers niet verminderd worden en de maatregelen van het IMF zullen de economie nog verder in een recessie storten. En dat terwijl de economie de laatste 12 maanden reeds een negatieve groei kende. Eender welk perspectief op beterschap wordt dus afgenomen van de bevolking. Niet verwonderlijk dat steeds meer Portugese jongeren, net als hun Ierse lotgenoten hun families verlaten om in het buitenland een betere toekomst te zoeken.
Een socialistisch antwoord nodig
De besparingsplannen werden het afgelopen jaar meermaals van antwoord gediend door de arbeidersklasse en haar vakbonden. De privatiseringen werden beantwoord door sectoriële stakingen. Er waren verschillende nationale betogingen en een algemene staking. De inval van het IMF zorgde zelfs voor een kortstondige opheffing van het sectarisme tussen de linkse partijen in Portugal, het Links Blok en de communistische partij, voor overleg over een gemeenschappelijke standpunt. Toch is er vandaag geen duidelijk actieplan ter linkerzijde om de besparingen te stoppen en het IMF buiten te kegelen.
Onze Portugese kameraden, van Socialismo Revolucionario, zijn actief bezig daarvoor campagen te voeren. Er is nood aan een actieplan die de verschillende verzetsbewegingen verenigt. Het links blok, de PCP en de grootste vakbond, de CGTP moeten samenzitten om een regeringsalternatief voor de arbeidersklasse uit te werken op basis van een socialistisch programma. Dit dient afgedwongen te worden op basis van strijd, te beginnen met de opbouw van een nieuwe algemene staking met een perspectief om nadien de strijd verder te zetten. Zo'n socialistisch programma zou eruit bestaan alle besparingen te stoppen, de weigering om de staatsschuld terug te betalen aan de banken en de nationalisatie van de belangrijkste sectoren in de economie. Enkel op die basis kan een antwoord gegeven worden op het sociaal bloedbad, veroorzaakt door de crisis van het kapitalistische systeem.
Monday, April 18, 2011
Vergrijzingsprobleem of Klassenprobleem?
Het VBO probeert via het opiniestuk van Pieter Timmermans en Geert Vancronenburg op de redactie nogmaals het probleem van de vergrijzing te misbruiken om haar eigen ideologische agenda op te dringen. Ze grijpt de nuancerende antwoorden van Gilbert De Swert (ACV) op de pensioenhysterie aan om te pleiten voor werkduurverlenging, overheidsbesparingen en het optrekken van de pensioenleeftijd. Essentieel komt hun visie erop neer dat de huidige budgetten niet zullen volstaan. Dat klopt, maar daarbij komen we tot de essentie van de zaak. Het vergrijzingsprobleem zet het herverdingsprobleem op scherp.
De vergrijzing van de bevolking is een feit. Vanaf 2011 begint de naoorlogse babyboom op pensioen te gaan. Hierdoor daalt het potentiële aantal arbeidskrachten in de samenleving en stijgen de publieke kosten voor zorg en pensioenen. Daarbovenop komt nog eens de enorme Belgische staatsschuld. En hoewel de situatie genuanceerder is, door de verwachte economische groei en de verwachte toename van de activiteitsgraden, komt toch de vraag: “Wie gaat dat betalen?”
Vergrijzing als een verdelingsprobleem
Het VBO lijkt daarin vast heel duidelijk. Zij willen vooral de kost zelf niet dragen. Ze willen die kost doorschuiven naar de samenleving. Door de werkende bevolking zwaarder te belasten en langer te laten werken én door te besparen op de publieke goederen en de middelen voor de zorgbehoevenden willen zij vooral maken dat ze zelf niet moeten opdraaien voor die vergrijzingskost.
Oorzaak: Transfer van arbeid naar kapitaal
De vraag stelt zich waarom er een tekort bestaat. Men kan enkel vaststellen dat de totale relatieve factorinkomsten van arbeid (het totale loon van alle werkenden in België), waarmee de sociale zekerheid grotendeels betaald wordt, de laatste 30 jaar stelselmatig gedaald is. Tegelijkertijd is de productiviteit en de activiteitsgraden in diezelfde periode ongelooflijk sterk gestegen. Conclusie kan enkel zijn dat er de laatste 30 jaar, in de periode van neoliberalisme, een kolossale transfer plaats vond van arbeid naar kapitaal, van “arm” naar “rijk”.
Als vandaag de pensioenen en de sociale zekerheid onbetaalbaar blijkt, dan is dat gewoon omdat het kapitaal in de afgelopen periode een ongelooflijke hap uit onze maatschappelijke middelen heeft genomen. De enorme lastenverlagingen voor de bedrijven in de afgelopen jaren hebben letterlijk de toekomstige publieke middelen voor zorg en pensioenen opgepeuzeld.
Laten we de cijfers even in perspectief te plaatsen. Wanneer vandaag 3,7% extra zou nodig zijn voor de vergrijzingskosten, dan zou dat vandaag neerkomen op 12,6 miljard euro. De winstmarge van de 18 Bel20 bedrijven alleen al bedroeg in het post-crisisjaar 2010 reeds 16 miljard euro. In feite betekent die 12,6 miljard nog geen vijfde van de 69 miljard winst die de Belgische bedrijven maakten in 2010.
Oplossing: Transfer van kapitaal naar arbeid
Het is uiteraard de taak van het VBO om de winsten van haar bedrijven te verdedigen. Maar het is de taak van de samenleving zich hiertegen te verzetten. De cijfers tonen immers dat als er ergens geld is om de vergrijzingskost te betalen, dat geld bij de grote Belgische bedrijven zit. Het is bijgevolg de taak van een humane en sociale samenleving om daar de middelen te gaan halen, in plaats van onze oudjes te laten creperen of onze werkenden verder uit te persen!
De vergrijzing van de bevolking is een feit. Vanaf 2011 begint de naoorlogse babyboom op pensioen te gaan. Hierdoor daalt het potentiële aantal arbeidskrachten in de samenleving en stijgen de publieke kosten voor zorg en pensioenen. Daarbovenop komt nog eens de enorme Belgische staatsschuld. En hoewel de situatie genuanceerder is, door de verwachte economische groei en de verwachte toename van de activiteitsgraden, komt toch de vraag: “Wie gaat dat betalen?”
Vergrijzing als een verdelingsprobleem
Het VBO lijkt daarin vast heel duidelijk. Zij willen vooral de kost zelf niet dragen. Ze willen die kost doorschuiven naar de samenleving. Door de werkende bevolking zwaarder te belasten en langer te laten werken én door te besparen op de publieke goederen en de middelen voor de zorgbehoevenden willen zij vooral maken dat ze zelf niet moeten opdraaien voor die vergrijzingskost.
Oorzaak: Transfer van arbeid naar kapitaal
De vraag stelt zich waarom er een tekort bestaat. Men kan enkel vaststellen dat de totale relatieve factorinkomsten van arbeid (het totale loon van alle werkenden in België), waarmee de sociale zekerheid grotendeels betaald wordt, de laatste 30 jaar stelselmatig gedaald is. Tegelijkertijd is de productiviteit en de activiteitsgraden in diezelfde periode ongelooflijk sterk gestegen. Conclusie kan enkel zijn dat er de laatste 30 jaar, in de periode van neoliberalisme, een kolossale transfer plaats vond van arbeid naar kapitaal, van “arm” naar “rijk”.
Als vandaag de pensioenen en de sociale zekerheid onbetaalbaar blijkt, dan is dat gewoon omdat het kapitaal in de afgelopen periode een ongelooflijke hap uit onze maatschappelijke middelen heeft genomen. De enorme lastenverlagingen voor de bedrijven in de afgelopen jaren hebben letterlijk de toekomstige publieke middelen voor zorg en pensioenen opgepeuzeld.
Laten we de cijfers even in perspectief te plaatsen. Wanneer vandaag 3,7% extra zou nodig zijn voor de vergrijzingskosten, dan zou dat vandaag neerkomen op 12,6 miljard euro. De winstmarge van de 18 Bel20 bedrijven alleen al bedroeg in het post-crisisjaar 2010 reeds 16 miljard euro. In feite betekent die 12,6 miljard nog geen vijfde van de 69 miljard winst die de Belgische bedrijven maakten in 2010.
Oplossing: Transfer van kapitaal naar arbeid
Het is uiteraard de taak van het VBO om de winsten van haar bedrijven te verdedigen. Maar het is de taak van de samenleving zich hiertegen te verzetten. De cijfers tonen immers dat als er ergens geld is om de vergrijzingskost te betalen, dat geld bij de grote Belgische bedrijven zit. Het is bijgevolg de taak van een humane en sociale samenleving om daar de middelen te gaan halen, in plaats van onze oudjes te laten creperen of onze werkenden verder uit te persen!
Subscribe to:
Posts (Atom)