Sunday, April 25, 2010

Duizenden portugezen vieren anjerrevolutie met verzet

Gisteren, 25 was er de 36e verjaardag van de Portugese revolutie uit 1974. Op deze dag wordt de omverwerping van het fascisme in Portugal gevierd, de start van een revolutionair proces dat het kapitalisme op haar grondvesten deed daveren en Portugal op een zucht van het socialisme bracht. Gezien de crisis waarin het kapitalisme zich vandaag bevond zijn die ideeën van April lang niet zo actueel geweest.


25 april betekent niet slecht de omverwerping door het fascisme door de MFA - de kapiteins van April, het was de start van een proces waarbij de macht werd overgenomen door de bevolking, met de arbeidersklasse in een centrale rol. De Anjerrevolutie betekende de start van een periode die het kapitalisme in Portugal nagenoeg op haar knieën bracht. De Times schreef indertijd: "het kapitalisme in Portugal is Morsdood"

Landhervormingen werden doorgevoerd, de centrale sectoren van de economie werden genationaliseerd onder controle van de arbeidersraden en een socialistische grondwet werd gestemd. De soldaten zouden in 1975 de eed van trouw aan de socialistische revolutie zweren, iedereen kreeg democratische rechten en er was een drastische verhoging van de salarissen en syndicale rechten doorgevoerd. Uiteindelijk werd de revolutie echter neergeslagen en verraden door sociaal-democraten en conservatieven. Sindsdien heeft het kapitaal er alles aan gedaan de verwezenlijkingen van April volledig teniet te doen, de economie werd geprivatiseerd, de landhervormingen teruggedrongen en het socialisme uit de grondwet geschrapt.

Zeker vandaag, wanneer het de arbeidersklasse kreunt onder de crisis, het kapitaal en haar regering bovendien ook nog eens de rekening van de redding van de banken via de 'PEC' op haar schouders wil doorschuiven en een grieks scenario dreigt zijn de ideeën en lessen van de Anjerrevolutie actueler dan ooit. De regering maakte plannen bekend om de lonen te verlagen, de statuten van ambtenaren uit te hollen en 17 staatsbedrijven volledig te privatiseren.

Er was dan ook enorm veel volk op de betoging dit jaar, met grote delegaties van de CGTP, de verplegers, de openbare diensten, van de jong-communisten, de PCP, het links blok, ed.... Naast de traditionele slogan "Voor altijd 25 april, nooit meer fascismo", waren rolden ook actuelere slogans door de betoging: "Strijd, Strijd tegen privatiseringen" en "April opnieuw, de macht aan het volk!"

We kwamen met Socialismo Revolucionario, Portugese organisatie van het CWI, tussen met een pamflet onder de titel "de Aprilrevolutie vieren met socialistisch verzet", dat we massaal verspreid hebben op de betoging. En dat verzet groeit onder de arbeidersklasse. Na de grote stakingen van verplegers, openbare diensten en leerkrachten de vorige maanden volgen de acties op korte tijd elkaar op. Maandag en vrijdag staken de spoorwegarbeiders, dinsdag staakt de hele transportsector en ook de openbare diensten zijn nieuwe acties aan het plannen.

Met SR pleiten we voor een vereniging van de strijdbewegingen, halen we de nood aan van een echte algemene staking om de plannen van het kapitaal te stoppen en roepen we op voor een regeringsalternatief uit te werken van linkse organisaties (PCP en LB) en de vakbonden, met een socialistisch programma dat radicaal de kant van de arbeiders kiest en niet die van het kapitaal.

Saturday, April 10, 2010

Recensie Why Not Socialism van G. A. Cohen


Why not socialism is het laatste werkje van wijlen Gerald Cohen, een Canadese professor politieke filosofie aan het all souls college in Oxford. Cohen overleed vorig jaar in Augustus, kort na het verschijnen van dit boekje. In dit boekje - het beslaat slechts 80 paginas in miniformaat - probeert hij de morele bezwaren tegen socialisme te weerleggen en enkele filosofische vragen over socialisme te stellen en te beantwoorden.

Cohen start met socialistische principes binnen een gemeenschap uit te leggen aan de hand van een camping trip. Wanneer we met een groep vrienden op kamp vertrekken verdwijnen de traditionele marktprincipes en worden ze vervangen door solidariteit en gemeenschapszin. Wie kapitalistische marktprincipes zou hanteren om met mensen om te gaan tijdens een camping trip zou zich al vrij snel inpopulair maken. Zo zal geen enkele deelnemer het in zijn hoofd halen om nadat hij een appelboom ontdekt heeft, hier de eigendom van op te eisen, en winst te vragen voor elke appel die de anderen willen eten. Ook zal iemand met een enorm talent voor te vissen niet van de anderen eisen dat hij alle goede vis krijgt, terwijl de andere minderwaardige vis zouden eten.

De socialistische principes achter zo'n camping trip komen volgens Cohen neer op twee principes: gelijkheid en gemeenschapszin. Onder gelijkheid verstaat hij gelijkheid van kansen, de levenskansen waarop iemand recht heeft. Er zijn vervolgens 3 niveaus van gelijkheid van kansen. Het eerste niveau bestaat uit de bourgeois gelijkheid van kansen, het liberale principe dat iemands kansen, tenminste formeel gezien, niet bepaald mogen worden door iemands' status, bijvoorbeeld die van slaaf, of door zijn huidskleur. Het tweede niveau is de linksliberale gelijkheid van kansen: levenskansen mogen niet bepaald worden door de status die een mens meekrijgt bij de geboorte, startposities dienen dus geëgaliseerd te worden door bijvoorbeeld scholing te voorzien voor kinderen uit achtergestelde milieus. Doel is dat iemand zijn levenskansen bepaald worden door de talenten die hij of zij ontwikkelt en de keuzes die iemand maakt tijdens zijn leven.

De socialistische principes van gelijkheid van kansen moeten volgens Cohen verder gaan. Socialisme moet niet enkel sociale ongelijkheid, maar alle ongelijkheid die niet het gevolg is van de vrije keuze van het individu. Ongelijkheid is nog steeds mogelijk, maar dan op basis van de vrije keuze, bijvoorbeeld door te beslissen meer of minder uren per week te werken. Maar daar hoort het volgens Cohen niet op. Heel wat ongelijkheid komt voort uit "brute luck", puur geluk. Zeker onder een kapitalistisch systeem, waarbij de economie een casino is, speelt "brute luck" erg mee, dat is één van de redenen waarom socialisten uit moreel standpunt anti-kapitalist horen te zijn.

Een andere reden waarom socialisme op moreel vlak de voorkeur geniet ten opzichte van socialisme, zijn de principes die een mens drijven in een marktsysteem. Sociale transacties tussen mensen worden binnen de markt gedreven door hebzucht en angst. Zonder deze principes van de homo-economicus zou de kapitalistische markt niet werken. Omdat het kapitalisme mensen doet interageren op basis van deze twee negatieve principes is kapitalism moreel verwerpelijk. Cohen stelt daartegenover een utopisch socialistisch model waarbij sociale interacties worden gestuurd door gelijkheid en gemeenschapszin. Ieder draagt volgens zijn mogelijkheden bij tot de gemeenschap vanuit een principe van solidariteit.

In het voorlaatste hoofdstuk stelt Cohen zich de vraag of socialisme mogelijk is. Hij neemt daarin heel duidelijk afstand van stalinistische regimes in de SU en in China. Toch haalt hij uit deze voorbeelden, alsook uit de Europese welvaartstaat, het argument dat het blijkbaar toch mogelijk is van economische activiteiten te plannen door een gemeenschap, zonder dat deze gedreven worden door winstprincipes.

Na de val van de muur en de overwinning van het kapitalisme, zijn ook heel wat socialisten hun heil gaan ontdekken in marktprincipes. Marktprincipes zouden volgens sommigen mogelijks moeten behouden blijven in een socialistische samenleving. De markt biedt immers de mogelijkheid om informatie over je economie te genereren. Via marktprincipes kan je achterhalen wat juist geproduceerd dient te worden.

Cohen haalt enkele voorbeelden aan hoe dit zou kunnen werken, van markt-socialisme waarbij ongelijkheid weggetaxeerd wordt, tot een marktsocialisme waar de arbeiders eigenaar zouden zijn van hun eigen fabriek, een systeem van coöperatieven waar er toch nog onderlinge concurrentie zou gelden. Toch biedt Cohen geen alternatief, het alternatief ligt nochthans voor de hand; socialistische democratie. Volgens ons is democratische inspraak net hét alternatief op marktwerking, democratie is niet enkel belangrijk om de bevolking op politiek vlak te betrekken en de dictatuur van een minderheid te vermijden, het is ook een corrigerend mechanisme voor de productie, die een alternatief van vormen voor markt-transacties.

Cohen neemt op basis van morele argumenten afstand van elke vorm van marktwerking, en dus ook van elke vorm van "marktsocialisme". Hij sluit het boekje dan ook af met een citaat in die zin: "Ik ga akkoord met Albert Einstein dat socialisme de poging is van de mensheid om de roofzuchtige fase van de menselijke ontwikkeling te overstijgen. Elke marktwerking, ook het marktsocialisme is uiteindelijk een roofzuchtig systeem. Elke poging om voorbij deze roofzuchtige fase te komen is tot dusver mislukt. Maar opgeven zou geen juiste conclusie zijn."

In dit werk van Cohen mis ik de link naar de realiteit. Why not socialism, is een te academisch werk, de superioriteit van socialisme wordt aangetoond op basis van een theoretisch camping trip model en morele principes, in plaats van de concrete politieke en sociale noden van de bevolking vandaag. Wie met zijn voeten in de realiteit staat, leeft zoals de gemiddelde werkende en als politiek activist regelmatig aan een piket komt kan véél betere argumenten geven, dan de morele argumenten die hier aangehaald worden door Cohen, om de nood aan socialisme te staven. Niettemin is het een boekje met interessante denkoefeningen voor lezers die op zoek zijn een puur theoretisch werk.

Thursday, April 8, 2010

Basis voor Braziliaans (sub)imperialisme: de cijfers


Brazilië in de laatste 40 jaar opgeklommen van de status van derde-wereld land tot regionale supermacht met globale ambities. Wat ooit door De Gaulle omschreven werd als “not a serious country” is vandaag de grootste handelspartner van China (Goodman J., 2009) en deel van de 4 opkomende BRIC’s. De ontwikkeling van een moderne kapitalistische staat en elite, die niettemin afhankelijk blijft van het internationale kapitalistische systeem – veel meer dan ze zelf haar wetten stelt – legde ook de economische basis voor een eigen Braziliaans imperialisme. Reeds in de jaren ‘70 karakteriseerden verschillende academici Brazilië als sub-imperialistisch (Marini). Vandaag is het empirisch bewijsmateriaal hier echter veel duidelijker.

(Noot: dit stuk is afkomstig uit de tot nu nog ongepubliceerde draft voor mijn Master-thesis Internationale politiek aan de Ugent, 2010)

Volgens het World Investment Report van de Unctad uit 2009 (I) zijn de Braziliaanse investeringsflows naar het buitenland tussen 2005 en 2008 van 2,5 miljard dollar gestegen naar 20,5 miljard dollar. Tegelijkertijd is het totale bezit van Braziliaanse TNC’s in het buitenland meer dan verdrievoudigd van 53 naar 162. Dit terwijl de outward flows van Mexico en Argentinië, nr. 2 en 3 op het continent gelijk gebleven zijn of zelfs dramatisch gezakt. Deze enorme verhoging in buitenlandse investeringen kwam er ondanks een snel groeiend BBP. Wanneer we deze situatie volgens het imperialisme-kader analyseren, komen we tot de conclusie dat de kapitalistische klasse in Brazilië zich op een zeer snel tempo ontwikkeld; een snelle kapitaals-accumulatie op nationaal vlak heeft gekend, en op zoek gaat op buitenlandse markten naar een hogere winstvoet voor haar investeringen.

Deze investeringen gaan gepaard met een assertiever extern beleid van de Itamaraty in de poging deze nieuwe externe belangen van haar elite te verdedigen. Investeringen in de Paraguayaanse landbouw leidden uiteindelijk tot spanningen met Llugo, bezittingen van Petrobras in Bolivië leidden tot de tussenkomst van Lula in het conflict tussen Morales en de Media Luna, en investeringen in Haiti gingen gepaard met een steeds grotere militaire VN-aanwezigheid van Brazilië.

Een puur imperialistisch karakter heeft Brazilië echter niet. De cijfers tonen nog steeds aan dat de Braziliaanse economie grotendeels afhankelijk is van buitenlandse investeringen. Hoewel die buitenlandse investeringen in Brazilië niet zo snel gestegen zijn als de FDI’s vanuit Brazilië zelf, is er nog steeds een wezenlijk verschil tussen het totale aantal externe geïnvesteerde dollars in Brazilië (287 mld $) en die van Brazilië in het buitenland (162 mld $).

Deze cijfers tonen hier duidelijk de economische basis voor een Braziliaans sub-imperialisme aan; stijl stijgende investeringen van Braziliaanse bedrijven in het buitenland – die samen gaan met een imperialistische opstelling van het land, en een blijvende afhankelijkheid van externe investeringen, met de daarvan afgeleide afhankelijkheid van die investeerders, de internationale kapitalistische instellingen en mogendheden.

(Bron: http://www.unctad.org/sections/dite_dir/docs/wir09_fs_br_en.pdf)

Wednesday, April 7, 2010

Duizend anti-oorlogs activisten tegen kernwapens, oorlog en kapitalisme

Zaterdag trokken meer dan 1000 anti-oorlogsactivisten naar Kleine Brogel om de aanwezigheid van Amerikaanse Kernwapens op Belgische bodem aan te halen. Ook LSP trok met een groep activisten mee naar de actie, georganiseerd door vredesactie. We gebruikten deze dag ook om het idee te lanceren voor een anti-oorlogsbetoging in Gent, eind september.

Officieel liggen in België geen kernwapens. Toch is hun aanwezigheid, met name die op de Limburgse luchtmachtbasis op Kleine Brogel, een publiek geheim. De kernkoppen werden er in de jaren '80 geplaatst onder druk van de verenigde staten. Ze hoorden een afschrikkingsmiddel te vormen tijdens de Koude oorlog. Via deze massavernietigingswapens dachten de VS het "rode gevaar uit het oosten" af te schrikken, en zo hun kapitalistische belangen in West-Europa te beschermen.

Toen deze wapens naar België werden gehaald, samen met een Amerikaanse legereenheid, die nu nog zo'n 120 Amerikaanse militairen telt, lokte dat indertijd felle reacties uit. De kernwapens werden immers gezien als een mogelijke catalysator voor nog sterkere spanningen tussen de VS en de Sovjet-Unie en oorlog. Bovendien leek het er sterk op dat beide supermachten zich aan het voorbereiden waren om een eventuele oorlog niet op eigen, maar op Europees grondgebied uit te vechten. De raketten zijn immers middellange afstandwapens, bedoeld voor Intra-Europees gebruik.

Honderdduizenden anti-oorlogsactivisten kwamen destijds op straat in de anti-raketten betogingen. De toenmalige SP speelde toen een belangrijke rol in deze beweging. Toch zien we dat geen enkele traditionele partij sindsdien iets heeft gedaan aan de aanwezigheid van die kernwapens.

De laatste tijd beginnen echter zelfs kapitalistische politici zich vragen te stellen bij de aanwezigheid van de grote hoeveelheden kernkoppen. In eerste plaats omdat het schema van de koude oorlog al zo'n 20 jaar niet meer bestaat, maar ook omdat het onderhoud van deze wapens op dit moment teveel geld opslorpt; terwijl de defensieindustrie uit deze verouderde kernwapens nagenoeg helemaal geen winsten meer uit haalt. Bovendien bestaat er een steeds groter proliferatiegevaar, waardoor het gevaar van het gebruik van kernwapens, bijvoorbeeld bij een terreuraanslag of een oorlog, de winsten en het productieapparaat van de kapitalistische klasse ongewild zou vernietigen. Een nucleaire aanslag staat vandaag vrij hoog in het ranglijstje van gevaren die investeringen van speculanten bedreigen. Die twijfel en grotere verdeeldheid bij kapitalistische politici kwam recentelijk onder andere naar voor bij de open brief van Verhofstadt, Dehaene, Claes en Michel. En ook Obama en Kissinger spraken zich uit voor de afbouw van het kernwapenarsenaal.

Vredesactie wilde van deze twijfel gebruik maken om bomspotting dit jaar op een grotere schaal te organiseren onder de titel: "Bomspotting, nu of nooit". Hoewel we als LSP niet akkoord zijn met een deel van de methodes die Vredesactie hanteert; waarbij individuele, ludieke acties gevoerd worden op basis van burgerlijke ongehoorzaamheid in plaats van mobiliserende, politiserende collectieve acties, vonden we het toch belangrijk deze bomspotting te ondersteunen.

De militaire top was absoluut niet gerust in het afloop van deze bomspotting. Ze wilden bovendien geen extra blammage oplopen rond de beveiliging van de basis, na de voor hen vernederende actie van ALF'ster Anja Hermans en klachten over de beveiliging van de basis vanwegen de Amerikaanse legerleiding; In de media werd de dagen voordien dan ook straffe taal gebruikt, in een poging anti-oorlogsactivisten af te schrikken. Bovendien werden 1000 extra politie-agenten naar Kleine Brogel gestuurd zaterdag. 1 politie-agent per vreedzame manifestant dus, en dat zonder de militairen gerekend.

Met een vijftiental kameraden gingen we zaterdag mee "over de draad"... van de luchtmachtbasis van Kleine Brogel. Het brute geweld waamee sommige militairen en agenten de activisten oppakten en behandelden herinnerde ons nogmaals aan het repressieve karakter van de burgerlijke staat. Na een 2-tal uren nutteloos geboeid gelegen te hebben, met aangezicht op de harde tarmak of in de modder, werden we uiteindelijk uit de regen weggehaald. Met zijn 400-tal werden we toen vastgezet in een massacel. Daar konden we eindelijk wat politiek werk verrichten.

Op de actiedag verspreidden we pamfletten rond het initiatief dat we willen nemen voor een anti-oorlogsbetoging in Gent, in september. Dan vindt er onder leiding van oorlogsminister Decrem een Europese Defensietop plaats. Op deze top wil de EU de basis leggen voor de vorming van een Europees leger - een mogelijkheid die voorzien werd in het verdrag van Lissabon dat begin dit jaar in werking trad.

Een Europees leger heeft volgens ons geen enkel voordeel. Het zou slechts gebruikt worden om de belangen van de Europese kapitalistische elites te verdedigen. Als socialisten en internationalisten moeten we opkomen tegen de imperialistische wedren die tot oorlogen leidt. Een Europees leger zal de mogelijkheid bieden om nog meer imperialistische interventies uit te voeren, zoals die in Irak en Afganistan. Als socialisten moeten we opkomen voor internationale solidariteit tussen de arbeidersklassen wereldwijd, en moeten we internationaal verzet organiseren tegen alle legers van kapitalistische staten.

Het kapitalisme draagt oorlog in zich, zoals donkere wolken regen - zo stelt het bekende citaat van Jean Jaurés. Een anti-oorlogsprogramma dat niet gekoppeld is aan een anti-kapitalistisch programma, mét een socialistisch alternatief is daarom slechts symptoombestrijding. De huidige kapitalistische crisis, zal de wedren naar hogere winsten in het buitenland, de zoektocht naar afzetmarkten en toegang tot grondstoffen bovendien enkel nog versterken. De uitbouw van een anti-oorlogsbeweging én van een anti-kapitalistisch programma is daarom vandaag actueler dan ooit.

Thursday, March 18, 2010

Interview met Sami Zemni, nav “Het Islamdebat”


Eerder werd op deze site reeds een bespreking gepubliceerd van het nieuwe boek van Sami Zemni, “Het Islamdebat“. Het boek handelt niet zozeer over de inhoud van het islamdebat zelf, maar wel over de manier waarop dit debat wordt gevoerd en wat de achtergrond ervan is. Aangezien het een interessante en tegendraadse visie betreft tegenover het discours dat we meestal te horen krijgen in de pers, namen we een interview met de Gentse professor Zemni af.

Interview door Jonas en Benoit


Wat is het doel van dit boek?
"Zoals ik in de inleiding van het boek stelde is het eigenlijk een boek om het af te leren. Ik was misnoegd over de manier waarop er over de islam gepraat wordt en tegelijk ook over de obsessie met de islam. Uiteindelijk wordt er dan enkel gepraat over de problemen van de moslims, nationale identiteit, de islam,... Dit heeft een ideologisch doel en er dient dan niet gepraat te worden over andere zaken. Denk maar aan de stijgende armoede in Vlaanderen, de werkloosheid, de groeiende almacht van de aandeelhouders, het sluiten van goed functionerende fabrieken,... Verder is er een internationale financiële crisis die wild om zich heen slaat, maar een duidingsprogramma die duidelijk verklaart waar deze crisis vandaan komt en wie er de winnaars en verliezers van zijn blijft overal uit. Programma’s over nationale identiteiten of moordenaars des te meer.

"Daarnaast is er ook een stroming in de maatschappij die al te gemakkelijk het probleem negeert en eigenlijk de discussie niet aangaat: het heeft enkel te maken met bv.werkloosheid of ook: diegenen die bommen smijten hebben niets te maken met de islam, etc... Dit is dus ook te gemakkelijk. Er is wel degelijk een uitdaging van de islam."


Denk je dat centrum-links steeds praat over multiculturaliteit en ethiek om het niet te moeten hebben over het verzet tegen het neoliberalisme?
"Inderdaad, laten we waar jij over praat de sociaal-democratie noemen. De werkelijk bestaande sociaal-democratie heeft heel duidelijk vanaf de jaren '90 geen echte analyse gemaakt over de werkelijke reden waarom er ongelijkheid in deze wereld bestaat. Eigenlijk was er een complete aanvaarding van het kapitalistisch systeem, hetgeen ertoe leidde dat links dubbelzinnig genoeg ook maar over cultuur is beginnen praten.

"Ik gebruik het woord dubbelzinnig omdat onder de teletubbies, en voornamelijk Stevaert, men er alles aan deed om er niet te veel over te praten. Hij dacht dat hij daardoor politiek kon winnen. Hij boomde niet door over de Islam. Soms zei hij wel eens dat hij blij was dat de kerken vol waren, hetgeen natuurlijk raar overkomt uit de mond van een socialistisch voorzitter. Het is één van de redenen dat een deel van de traditionele achterban van links is afgehaakt omdat ze geen antwoorden vonden op vragen die zich helaas te veel stelden."

Het Vlaams Belang stelt dikwijls dat de sociaal-democratie een deel van haar traditioneel kiespubliek is verloren en ze zich daardoor electoraal specifiek is gaan richten op de migrantengemeenschap?
"Absoluut. Het is echter niet zo dat dit puur uit electoraal gewin was, de eerste mensen die op die lijsten kwamen waren ook wel echt linkse kandidaten. De sp.a zag dat ook wel maar tegelijk zag ze ook de migrantengemeenschap als haar doelpubliek, een onderklasse waar ze electoraal hun stemmen moesten halen.

"Ik herinner me nog mijn vader, een Tunesiër, die toen hij de eerste keer moest gaan stemmen begin jaren '90 stelde: “wij moeten op de socialisten stemmen, op wie anders?”. In die zin is het een interessant gegeven dat vooral migranten uit de Maghreb (vooral Algerije en Tunesië, in mindere mate Marokko) hun eigen regeringen een socialistische inslag hadden. Algerije was ook een tijdje een volksrepubliek die zich min of meer entte op het socialisme. Die affiniteit was er dus en tegelijk waren veel van die mensen ook bezig met religie en geloof. In die zin zagen ze dus geen probleem in het stemmen voor de sp.a."

Het discours over multiculturaliteit ging gepaard met een gelijktijdige afbouw van de welvaartsstaat onder de neoliberale logica, ziet u een verband?
“Inderdaad, ik denk dat er daartussen een quasi-causaal verband moet tussen bestaan. De traditionele kanalen van maatschappelijke solidariteit die in de welvaartsstaat waren opgebouwd en via veel sociale strijd zijn afgedwongen. Werden afgebouwd, als men begon te spreken over multiculturaliteit omdat men iets zocht om dat te vervangen. Men is beginnen spreken over sociale cohesie, gemeenschappen,...Dergelijke termen komen eigenlijk overgewaaid vanuit Engeland en de V.S. '20 a '30 jaar na datum. Hier krijg je dan de rare situatie dat zo'n zaken altijd halfslachtig wordt besproken. Er is hier nooit echt sprake geweest van communitarisme, maar toch duikt de term gemeenschap in de jaren '90 op.

“Wie is die gemeenschap? Is dat een gemeenschap die moet zorgen voor bepaalde zaken: samenhang, cohesie, solidariteit? Is dat daarom dat we bonnen krijgen om te barbecuen op de Vlaamse feestdag? Ter vervanging van wat is dat eigenlijk?

“Omdat we niet meer denken als geheel van mensen die samen een politieke maatschappij vormen beginnen we te denken over identiteiten, gevoelens, gemeenschappen,...Dat kan cultureel zijn maar dat hoeft niet steeds. Daar zie ik dus wel een verband tussen, absoluut.”

Is er dan ook een verband tussen het toenemende aantal NGO's die bezig zijn met caritas en het wegvallen van die instrumenten van maatschappelijke solidariteit?
“Zeker. Zowel in België, Europa, als wereldwijd. Ontwikkelingshulp wordt al een hele tijd voorbijgestoken door filantropie. Het gegeven is compleet anders. Een filantroop geeft omdat hij rijk is en ofwel een standbeeld wilt verdienen of God wilt dienen. Mensen worden daardoor op een volledig andere manier geholpen.

“Mensen die dagdagelijks in NGO's werken zijn soms kwaad als ik die analyse maak en vragen of ze dan niets moeten doen? Helemaal niet. Het feit dat die NGO's bestaan, bv. diegenen die werken rond armoede in Vlaanderen, is een teken aan de wand. Moesten ze niet bestaan, ook al is het caritas, zou de situatie nog veel erger zijn. Het is een teken aan de wand van een groter probleem, zij zijn natuurlijk niet het probleem.”


U schrijft in uw boek dat de strijd tegen discriminatie zonder strijd tegen ongelijkheid enkel systeembevestigend werkt?
“Dat klopt. Het is een punt dat in mijn boek onderontwikkeld is en waar ik op wil verder werken. Het is een begin van een uitgangspunt en daar zit volgens mij de moeilijkheid van links. Elk bedrijf die zich inschrijft in het kapitalistische verhaal heeft diversiteitsplannen, anti-discriminatiepacten voor gender, mindervaliden, andere culturen,etc. In alle geuren en kleuren, en ze geloven er ook in. Waarom? Omdat ze in diversiteit een rijkdom zien waaruit ze winst kunnen maken, iets kunnen bij winnen. Dat stelt natuurlijk de ongelijkheid in de maatschappij niet in vraag. Vechten voor enkel diversiteit en erkenning is dus grotendeels een lege doos. Het heeft niet het maatschappelijke élan om de maatschappij in vraag te stellen.

“Men krijgt een hele stroom van mensen, afkomstig uit tweede, derde, vierde generatie , die aansluiting proberen zoeken bij links. Naast een klassiek discours tegen ongelijkheid komen die vooral mensen tegen die zeggen: wij strijden niet enkel tegen ongelijkheid, maar ook alles wat te maken heeft met discriminatie, met identiteitspolitiek.

“Daar zit de moeilijkheid van links, wat doen we daar mee. Waar kunnen we een brug vinden?”

Hoe zou u deze identiteitspolitiek vertaald zien in Gent?
“Gent loopt een beetje achter op dit vlak, in Antwerpen is er bijv. AEL en BOEH. BOEH is een interessant gegeven.Vrouwen die klassiek uit de feministische beweging komen gaan er in debat met meisjes die ijveren voor hun recht op een hoofddoek, het geeft aanleiding tot nieuwe interessante inzichten. Je mag het een verkeerde strijd vinden of niet akkoord gaan met hun standpunten, we moeten toegeven dat zich daar nieuwe patronen van maatschappelijke actie aan het ontwikkelen zijn.

“In Gent zit je met een grotendeels Turkse gemeenschap. Op bepaalde manier zijn die minder geïntegreerd (of anders) dan andere gemeenschappen, in die zin dat het hele dorpen zijn die zijn gemigreerd en hier een grote controle op elkaar uitoefenen. Dit zorgt voor bepaalde gestroomlijnde vormen.

“Alle traditionele partijen hebben hier hun allochtoon, met uitzondering van het Vlaams Belang natuurlijk. Die zijn ook heel belangrijk voor het contact met de gemeenschap. Daarnaast zijn er de meer maatschappelijke organisaties, niet per se politiek. In andere steden zoals Brussel, Antwerpen, Mechelen, heb je meer maatschappelijke organisaties. Dit omdat ze een ander migratiepatroon gekend hebben en dus meer nood hebben aan dergelijk maatschappelijk kader.”

Hoe kan links in het Midden-Oosten een antwoord bieden op de politieke islam?
“Links heeft in het Midden-Oosten al veel vroeger gefaald dan het neoliberalisme. Toen links via seculiere Arabisch-nationalistische en Arabisch-socialistische regimes aan de macht kwam, maakte ze haar beloften niet waar. In de jaren '50 en '60 ontaardden deze verschillende keren zelf in autoritaire, repressieve regimes.

“De redenen daarvan zijn verschillend: enerzijds slechte beleidskeuzes, anderzijds was er de steun van het westen, hoofdzakelijk de VS, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, aan regimes zoals Saoedi-Arabië, de meest conservatieve uit de regio. Dit was duidelijk gericht tegen de meest seculiere nationalistische organisaties en linkse organisaties. Het is dus op het kerkhof van die experimenten dat er een afkeer kwam t.o.v. democratie, socialisme,...In werkelijkheid was er onderdrukking, onvrijheid, en geen verbetering van de situatie.

“Dat laatste met een korreltje zout, in werkelijkheid was er wel een verbetering. Deze kon echter geen gelijke tred houden met de bevolkingsexplosie en de verwachtingen van de bevolking. Zij hebben uiteindelijk op 30, 40 jaar tijd gedaan (sinds de onafhankelijkheid van de jaren '50) waar wij 100 jaar over deden tussen 1800 en 1900.

“Als resultaat daarvan kende de politieke islam een opgang vanaf de jaren '70. Op dit moment is links echter terug van weggeweest.Er is zich een stroming aan het herbronnen. In de jaren '80, '90 bleef het vooral beperkt tot bepaalde mensen van de elite.”

Voorbeelden?
“In Egypte bijvoorbeeld waren er grote stakingen in de textielsector 2 jaar geleden. De islamisten die eigenlijk de stem van het volk willen zijn, de grote populaire macht, hadden er weinig of geen impact op. Eigenlijk reageerden ze heel conservatief en waren ze tegen de staking maar tegelijk beseften ze dat het een echt volkse beweging was, dus konden ze zich niet helemaal keren tegen de stakingsbeweging. In de trend van: jullie mogen staken maar toch niet de eigendommen van de eigenaar of de staat aanvallen, de staking moet braaf blijven...Allemaal heel tweeslachtig. Dat heeft veel mensen wakker geschud en ook het activisme binnen de vakbonden gestimuleerd.

“Binnen links zijn er natuurlijk verschillende stromingen. Er kunnen algemeen twee grote tendensen onderscheiden worden, enerzijds de trotskistische stromingen versus de anderen. Trotskisten die dikwijls willen samenwerken waar nodig met de islamisten en een politiek alternatief willen bieden, anderzijds andere linksen die met de politieke islam niets willen te maken hebben.”


Welke houding dient links aan te nemen t.o.v. religie? In België is er het probleem geweest dat de vroegere BWP zich duidelijk anti-klerikaal, meerbepaald anti-religieus, opstelde. Dit gaf een probleem voor aansluiting tot de christelijke arbeidersbeweging. Hoe is de situatie nu in het Midden-Oosten m.b.t. de politieke islam?
“Goede vraag, maar geen makkelijk antwoord. In Libanon willen linksen bijvoorbeeld samenwerken met Hezbollah rond bepaalde punten, omdat ze deze niet echt zien als politieke islam maar eerder als een beweging voor nationale onafhankelijkheid. Heel wat organisaties hebben dezelfde benadering ten dele voor Hamas. Ze gaan niet akkoord met de ideologie, maar rond bepaalde kwesties steunen ze de standpunten.

“Dezelfde situatie vind je ook terug in Syrië, Egypte, Marokko. In Marokko bijvoorbeeld heb je een deel van de linkervleugel die wil samenwerken met de politieke Islam. Andere linkse krachten weigeren daar expliciete samenwerking, en proberen zowat een “modus vivendi” te behouden. Deze andere linkse krachten richten zich vooral naar de basis.

“In Europa is de situatie natuurlijk volledig anders. Hier stelt de kwestie zich als: “ hoe verhouden we ons tot de moslims?”. Hier komen de moslims niet op straat in naam van wat de politieke islam kunnen noemen. Er lopen wel een paar zotten rond die zichzelf willen opblazen, maar dat is een veiligheidsprobleem.

“Politiek zijn er hier diegenen die op straat komen omdat ze gelijkberechtiging willen op basis van hun identiteit. Voor mij is het zo dat als islam een erkende godsdienst is dat ze dan gelijkberechtigd moeten worden. Links moet hiervoor niet op straat komen, het is gewoon een kwestie van gelijkberechtiging.

“Interessant is bijvoorbeeld AEL, via arabisme, islam en het berberse willen ze op die manier hun politieke participatie bepleiten. Hetzelfde voor BOEH, die op zich niet bezig is met islam, maar gewoon naar hun school en werk willen kunnen gaan met een hoofddoek op. Daar zit de uitdaging. Beiden bestaan vooral uit jongeren.”


Welk standpunt verdedigt u daar zelf in?
“Ik heb nog geen uitgewerkt standpunt hierover. Met Nadia Fadil ga ik verschillende keren in debat, bijvoorbeeld op de Dag van het Socialisme. Tegen dan wil ik er een uitgesprokener standpunt over hebben. Volgens mij kan links redelijk makkelijk een brug bouwen naar die identiteitspolitiek. De vraag stelt zich dan of we niet bepaalde conservatieve krachten daarmee versterken. De Afro-Amerikaanse feministe Bell Hooks stelde: “we hebben te lang de strijd van onze machochistische mannen gesteund zonder op te komen voor onze eigen belangen.” Wat Bell Hooks stelt is dat enkel bij een veelvuldigheid van stemmen de emancipatie mogelijk wordt. Ik ben het daar volledig mee eens alleen stel ik vast (en vele moslims zeggen dat ook zo) dat interne kritiek moeilijk is wanneer er zoveel ‘islambashen’ bestaat. Verder is het ook zo dat een strijd voor respect en erkenning niet genoeg is, hoe wordt deze gekaderd binnen een grotere vraag naar rechtvaardigheid?”


Wat wij bepleiten, is dat het recht op een hoofddoek sowieso verdedigd moet worden. Moeten die gemeenschappen betrokken worden in de globale strijd voor emancipatie?
“Ik denk natuurlijk ook dat een daadkrachtige politiek tegen discriminatie het uitgangspunt moet zijn. Je kan discriminatie bestrijden zonder de sociale onrechtvaardigheid in vraag te stellen, maar kan je het omgekeerde doen? Volgens mij niet, je kan sociale onrechtvaardigheid niet bestrijden zonder discriminatie te bestrijden. Op vlak van religie, onderwijs, huidskleur, op de arbeidsmarkt,…”


U schrijft dat er een aantal belangen zitten achter deze “pensée unique” tegen de islam, dewelke?
“Vooral in de VS geeft de Joods-christelijke beschaving een kader om tegen de islam in te gaan. In die zin zijn deze ook de grootste verdedigers van Israël. Ik praat hier niet zozeer over het Jodendom, maar echt over de onderdrukking van de Palestijnen door de Israëlische staat. De grootste aanvallers in België van de Islam zijn dikwijls ook de grootste voorstanders van Israël. Dit is heel wat anders dan mensen die tout court tegen religie zijn.”


Zit er geen klassenbelang achter? Vlaamse KMO’s die moslims als een gevaarlijke onderklasse ziet die een groot deel van de middelen uit de sociale zekerheid haalt?
“Zeer zeker. Praten over moslims en islam is een voedingsbodem voor een economisch populisme dat teert op wat de Nederlandse socioloog, Dick Pels, benoemt met de term: nationaal-individualisme. Dat soort burger is niet meer de burger die ingebed is in een sterk georganiseerd middenveld zoals vroeger. Hij is meer een losgeslagen projectiel. Hij eist heel veel van de overheid, maar wil heel weinig teruggeven. Enerzijds eist hij enorm veel van de overheid, omdat hij belastingen betaalt en werkt. Verder vind hij daarom ook dat hij enorm veel kan eisen van andere mensen. Dat soort individualisme laat ook de nieuwe vormen van nationalisme vaak gedijen waarbij de moslim, de migrant, asielzoeker,… gezien wordt als een bedreiging voor “zijn” rijkdom. Geert Wilders is daar bijvoorbeeld heel duidelijk in, de rijkdom moet gaan naar het eigen volk.”


Is dit een terecht idee van deze mensen? Zijn deze mensen ook niet het slachtoffer van de afbouw van de welvaartsstaat?
“Het eigenaardige is dat er heel wat wrok leeft ten aanzien van de ‘staat’ maar in de eerste plaats de particratie. Mensen zien zich vaak als slachtoffer van de staat. Dit gaat de richting uit van de V.S.: de mensen moeten zich zelf maar verzekeren. Als je het niet wil of kan, neem je maar het risico. Er blijft een soort vangnet, maar na 2 of 3 keer valt dat weg, want anders ben je een profiteur. Het is de verantwoordelijkheid van de burger om voor zichzelf te zorgen.”


Is dat geen deel van de pensée unique en een voorbeeld van een vals bewustzijn?
“Deels wel, tot op bepaalde hoogte. Ik vind het eigenaardig. Ik begrijp bijvoorbeeld niet dat de Vlak-taks zo aanslaat. De vlak-taks is het systeem bij uitstek om de rijken rijker en de armen armer te maken. Maar toch slaat het zo aan. Het klinkt simpel: 15% van 1000 is niet hetzelfde als 15% van 100 000. Natuurlijk klopt deze redenering niet, omdat de persoon van 100 000 veel meer overhoudt. Ze zien niet dat het in hun eigen vel snijdt.”


U stelde dat er een gebrek is aan basisorganisaties of middenveld en dat migranten dit soms wel gebruiken om hun politieke participatie te bepleiten. Onder het neoliberalisme werden heel wat maatschappelijke basisorganisaties afgebouwd. Moeten er terug maatschappelijke basisorganisaties uitgebouwd worden voor een links project?
“Ik denk dat daar een heel belangrijke rol voor weggelegd is. Hoe dit zal gebeuren is moeilijk te zeggen…Een frappant voorbeeld vond ik vorig jaar bijvoorbeeld de samenwerking tussen KifKif en ABVV. Zij voerden campagne tegen de discriminatie bij interimbureaus, en de zogenaamde “zwarte lijsten” die er gebruikt werden. Verder is het natuurlijk zo dat de vakbond een andere organisatie is dan een meer lokale organisatie. Maar ik denk dat elk initiatief van het middenveld vandaag belangrijk is. Ik blijf optimistisch, wat soms moeilijk is als je er de media op naslaat. Het debat in de media over moslims is dikwijls veel harder, maar ook dikwijls veel verkeerder dan wat er gebeurt op het terrein zelf.”


Tenslotte een vraagje over de Gentse unief. Recent werd het extreem-rechtse NSV erkend. Wat denkt u daarover?
“Ik weet niet wat er in de hoofden van de leden van zij die voor stemden omging. Men moet niet afkomen met het argument van vrije meningsuiting en pluralisme. Vrije meningsuiting is er, en die gebruiken ze ook. De NSV is echter nog steeds een uitgesproken racistische organisatie die met basisgedachten omtrent democratie niet akkoord gaat. Daarom zou de universiteit de NSV niet moeten erkennen.”

Friday, March 12, 2010

SPa - allesbehalve - rood



Nadat Crombez zich moest profileren als dé verdediger van het begrotingsevenwicht ten koste van sociale voorzieningen, was er Vandenbroucke die de noodzaak voor Tatcheriaanse besparingen aankaartte. Vandaag zijn er nog maar weinigen die nog twijfelen aan de echte kleur van de SPa... Bont en blauw - maar allesbehalve rood.

Zelfs bij de VLD voelen ze zich ondertussen al roder dan de SPa. Sven Gatz (Vlaams fractieleider voor OpenVLD) bekritiseerde vrijdag het Brusselse onderwijsbeleid van Pascal Smet (Vlaams onderwijsminister voor SPa) in de Standaard, en voegde eraan toe: "ikzelf heb het gevoel dat ik, nochtans geboekstaafd als liberaal en met een ver VU-verleden, dichter bij de socialistische gedachte sta dan hij."

Tot zover de 'verlinksing' die sommigen bij de SPa en Gennez zagen...